Co-creatie

Menno Lanting schreef het boek ‘Connect!’ met als ondertitel ‘De impact van sociale netwerken op organisaties en leiderschap’. Volgens Lanting vraagt een hyper verbonden wereld om andere manieren van organiseren en leiders met andere waarden en uitgangspunten. Met zijn boek daagt Lanting criticasters van sociale media uit om de discussie niet langer te focussen op meerwaarde, maar sociale media vooral te zien als een middel om het gesprek tussen mensen op gang te brengen en te houden. Hij stelt daarbij de volgende vraag. ‘Zijn gesprekken tussen mensen op het terras of in de trein nu zoveel zinvoller als gesprekken op sociale media?’

Lanting schetst de ontwikkeling van communicatie via het internet, waarbij eerst het zenden van een boodschap centraal stond. Daarna volgde de dialoog (web 2.0.) met vooralsnog als eindpunt co-creatie. Een term die betekent dat niet langer de organisatie, maar alle stakeholders gezamenlijk aan de slag gaan met een onderwerp. Om het voor iedereen iets concreter te maken, zal ik een voorbeeld noemen. Hoe zou de ACP in haar communicatie bijvoorbeeld kunnen omgaan met een onderwerp als de omvorming van het politiebestel naar één Nationale Politie?

In het geval van zenden, betekent dit dat de ACP een bericht online plaatst om leden te informeren over de nieuwe inrichting van het politiebestel. In het geval van de dialoog kunnen leden ook op het gepubliceerde voorstel reageren. De ACP luistert en formuleert met de input van leden in het achterhoofd de uiteindelijke inzet. Co-creatie gaat nog een stap verder. Online wordt samen met leden het standpunt geformuleerd. We beginnen met een lege pagina en formuleren, schrappen en herschrijven samen net zolang, totdat er een standpunt ligt waar de meeste leden het over eens zijn. Hierbij staat de expertise van leden centraal. Niet alleen is deze manier van werken transparant. Het doet ook recht aan de wederzijdse afhankelijkheid van de ACP en haar leden. Als vakbond zijn wij ten diepste namelijk niets meer en niets minder dan een optelsom van de slag- en denkkracht van alle leden.

Dat brengt mij bij de vraag: Hoe nu verder? Ik ga er in ieder geval eens goed over nadenken. En voor diegene die ideeën heeft, dan verneem ik dat graag via het e-mailadres: [email protected]

Kennis, wetenschap en…media

persEdward Said was een Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper die vooral bekend werd om zijn kritiek op de westerse perceptie op het oosten. Zijn meest besproken werk is het boek ‘Orientalism’. Hierin beschrijft Said hoe vanaf Napoleon het westen kennis en wetenschap gebruikt om een vals en onwaar beeld van oosterlingen te scheppen en dit te gebruiken als excuus om ze te koloniseren.

‘Orientalism’ verscheen voor het eerst in 1978, maar is als je de kritiek van hoogleraar interculturele communicatie W. Shadid (Tilburg) leest in de kern niet achterhaald. Waren vroeger kennis en wetenschap nog de peilers waarop macht werd gebouwd, tegenwoordig is het meest krachtige wapen media (beeld) en in plaats van koloniseren is het toverwoord nu democratiseren.
Shadid publiceerde de laatste jaren regelmatig over het onderwerp media en islam (zie onderstaande weblinks). In het boek ‘Mist in de polder: Zicht op ontwikkelingen omtrent de islam in Nederland’ vult Shadid één hoofdstuk in. In dit hoofdstuk gaat het over de mythe van de registrerende journalistiek. De stelling die Shadid in het artikel betrekt is dat de islam en moslims in de media worden weergegeven via vier specifieke en grotendeels negatieve ‘frames’. ‘Framing’ wil zeggen dat berichtgeving altijd gebaseerd is op bepaalde aannames e.d. van de schrijver zelf. Deze frames die door Shadid genoemd worden zijn: de simplificatie en afstandelijke presentatie van de islam, het problematiseren en stigmatiseren van de groepen in kwestie, de deling van de samenleving in ‘wij’ en ‘zij’ en de verwaarlozing van hun participatie in de media en het ontbreken van hun visie daarin.
In zijn artikel heeft Shadid het over de zogenaamde ‘opiniemakers’. Journalisten worden volgens hem vooral gerekruteerd uit de autochtone middenklasse. Met de bijbehorende opleiding, normen, opvattingen en vooroordelen. Daar komt nog eens bij dat niemand die beelden corrigeert, omdat de groep homogeen is. Ter illustratie in Nederland is 2% van de journalisten van allochtone afkomst. In Groot Brittannië is dat 9%. Hierin zie je een verwaarlozing van de participatie van allochtonen in de media. Shadid pleit in zijn artikel voor media diversiteit zodat media haar eigen blinde vlekken en vooroordelen zichtbaar kunnen maken.
Tegenwoordig leven wij in een mediacratie waarin de media een grote invloed heeft op wat en hoe mensen denken. Daarnaast leven wij in een samenleving waarin het steeds vaker gaat over wat ons van elkaar onderscheid in plaats van dat wat wij met elkaar gemeen hebben. Juist in zo’n samenleving is een evenwichtige media waarin kennis op verschillende gebieden dus ook over verschillende religies aanwezig is van groot belang. Journalisten kunnen alleen vanuit die kennis de complexe multiculturele issues van vandaag de dag verslaan en duiden wat er om hen heen gebeurt.

‘Orientalism’ verscheen voor het eerst in 1978, maar is als je de kritiek van hoogleraar interculturele communicatie W. Shadid (Tilburg) leest in de kern niet achterhaald. Waren vroeger kennis en wetenschap nog de peilers waarop macht werd gebouwd, tegenwoordig is het meest krachtige wapen media (beeld) en in plaats van koloniseren is het toverwoord nu democratiseren.

Shadid publiceerde de laatste jaren regelmatig over het onderwerp media en islam (zie onderstaande weblinks). In het boek ‘Mist in de polder: Zicht op ontwikkelingen omtrent de islam in Nederland’ vult Shadid één hoofdstuk in. In dit hoofdstuk gaat het over de mythe van de registrerende journalistiek. De stelling die Shadid in het artikel betrekt is dat de islam en moslims in de media worden weergegeven via vier specifieke en grotendeels negatieve ‘frames’. ‘Framing’ wil zeggen dat berichtgeving altijd gebaseerd is op bepaalde aannames e.d. van de schrijver zelf. Deze frames die door Shadid genoemd worden zijn: de simplificatie en afstandelijke presentatie van de islam, het problematiseren en stigmatiseren van de groepen in kwestie, de deling van de samenleving in ‘wij’ en ‘zij’ en de verwaarlozing van hun participatie in de media en het ontbreken van hun visie daarin.

In zijn artikel heeft Shadid het over de zogenaamde ‘opiniemakers’. Journalisten worden volgens hem vooral gerekruteerd uit de autochtone middenklasse. Met de bijbehorende opleiding, normen, opvattingen en vooroordelen. Daar komt nog eens bij dat niemand die beelden corrigeert, omdat de groep homogeen is. Ter illustratie in Nederland is 2% van de journalisten van allochtone afkomst. In Groot Brittannië is dat 9%. Hierin zie je een verwaarlozing van de participatie van allochtonen in de media. Shadid pleit in zijn artikel voor media diversiteit zodat media haar eigen blinde vlekken en vooroordelen zichtbaar kunnen maken.

Tegenwoordig leven wij in een mediacratie waarin de media een grote invloed heeft op wat en hoe mensen denken. Daarnaast leven wij in een samenleving waarin het steeds vaker gaat over wat ons van elkaar onderscheid in plaats van dat wat wij met elkaar gemeen hebben. Juist in zo’n samenleving is een evenwichtige media waarin kennis op verschillende gebieden dus ook over verschillende religies aanwezig is van groot belang. Journalisten kunnen alleen vanuit die kennis de complexe multiculturele issues van vandaag de dag verslaan en duiden wat er om hen heen gebeurt.

Hype, hype, hoera!

newsIk word er soms wat moe van al die hypes. Op zich niets mis met een kritische grondhouding, maar er zijn onderhand zoveel media en iedereen is op zoek naar een scope. Als het nu ging over wereldschokkende onderwerpen dan kan ik er mee leven, maar helaas.

Wat mij ook opvalt is het mediagedrag van sommige politici. De standaard reactie is: ‘het is schokkend en de minister moet zich hierover verantwoorden in de kamer.’ Televisieprogramma’s over niets, debatten over niets en het uiteindelijke resultaat is dat er onvoldoende gepraat wordt over de zaken die er wel toe doen. Nu denk je misschien wat kan ik daar aan doen. Heel veel!

Ik ben maar begonnen met bewust kiezen. De televisieprogramma’s die ik kijk, de politieke partijen waarop ik stem Weg van de hijgerigheid, op zoek naar waar het echt om gaat. Maar wat is dat dan? Iedereen zal die vraag voor zichzelf moeten beantwoorden, maar voor mij betekent het dat ik mijn scope probeer te richten op dingen die er ook morgen nog toe doen. De afgelopen weken heb ik gemerkt dat dit behalve mijn werk en alle andere interessante dingen die er te doen zijn ook vooral ook mijn gezin is. Daar hoef ik niets te doen, maar moet ik vooral zijn en dat is voor de verandering ook wel eens lekker.