Spiegel Anne-Roos

Papa en Anne-Roos

Behalve het vertrouwen in Joyce is er nog een andere reden dat ik er 100% zeker van ben dat Anne-Roos mijn dochter is. Niet alleen lijkt ze lichamelijk op haar papa, ze is even eigenwijs, kan net zo boos kijken en vandaag ontdekt: als iets inspannend is (lichamelijk of geestelijk) dan verschijnt er een tongetje in de hoek van haar mond.

Ze zeggen wel eens dat je dochter/zoon de spiegel is van jezelf. Je opvoeding, je normen en waarden, je positieve, maar ook je negatieve eigenschappen. Ze worden in meer of minder mate zichtbaar in je kind. Op een of ander manier vind ik dat idee onwijs beangstigend. Voor het overgrote deel hangt dit samen met herinneringen aan gevechten met ouders en andere (pré) puberaal gedrag. Volgens mijn vader was ik een moeilijk kind, mijn moeder vatte het samen als emotioneel.

Ik houd mij in dit kader er maar aan vast dat je een kind niet alleen ‘maakt’. Als Anne-Roos net zo’n voorbeeldig kind wordt als haar moeder dan komt het helemaal goed.

Dichtbij jeugdsentiment

butterflyLater moet ik vast aan Anne-Roos en haar vriendinnetjes uitleggen wat de gulden is en ook dat ik toen ik een spreekbeurt wilde maken nog gewoon naar de bibliotheek moest. Heerlijk die sentimentele gedachten op je 28ste. Reden van mijn momentje van sentiment was mijn oude gedichtenboekje wat ik er vandaag eens op heb nageslagen.

In het voor mij nog internetloze tijdperk (ik was er pas laat bij) had ik altijd een boekje op zak. Voor als ik ineens inspiratie had. Het probleem met een geweldige dichtzin is namelijk dat je hem ook zo weer vergeten bent. Het is toch al zeker twee jaar geleden dat ik ‘mijn boekjes’ heb bekeken en mij mee heb laten slepen door mijn oude liefdes(verdriet). Want wat mij opvalt is dat ik mij bij de meeste gedichten nog een bepaald meisje voor de geest kan halen. Daarnaast is het helaas zo dat veel van de ‘briljante zinnen’ die op dat moment zo de moeite van het opschrijven waard leken, achteraf gezien wat minder briljant (soms zelfs vreemd) waren.  Toch herken ik ze wel, de emoties die eruit spreken, de thema’s die ik behandel en jammer genoeg ook de foto van de jongen voorin… oeps. Er zijn een paar die je bijblijven. Gedichten die ik bij wijze van spreken nog uit mijn hoofd kan citeren. Eén daarvan is het gedicht ‘Vlinder’. Een gedicht waarmee ik de eerste prijs won tijdens een gedichtenwedstrijd op de middelbare school. Ik was de enige deelnemer, maar de jury bezwoor mij dat ze mij geen prijs hadden uitgereikt als het niet ook een goed gedicht was. Als ik aan die prijs terugdenk dan houd ik mij daar maar aan vast. De prijs werd uitgereikt door dichter Harmen Wind die mij toewenste dat ik mijn vlinder vast zou houden. Voor diegene die nu bijna barst van nieuwsgierigheid volgt hier het gedicht. Ik schreef het overigens voor Wendy die naast mij zat bij Economie en Geschiedenis. Eén van mijn geheime liefdes.

Vlinder (8/12/99)

Als ik de eerste vogel weer hoor fluiten
En alle bloemen weer komen kijken
De gewone niet die op de ruiten
En als alle dingen beter lijken

Dan wil ik zingen over alles wat mooi is
Huilen over alles wat slecht was
Niet meer voelen het gemis
En kijken naar elk meisje in de klas

Het is lente de tijd dat alles groter wordt
Haar vlinders zijn gaan vliegen in mijn buik
Want nu ook mijn hart is volgestort
Wacht ik totdat ze gaat zitten op mijn vlinderstruik.

Mijn goede voornemen is om er de komende tijd eens een paar te publiceren. Om dichtbij mijn jeugdsentiment te blijven.

Evaluatie…

Papa en Anne-Roos
Papa en Anne-Roos

Laat ik de voorgaande 27 jaar, maar overslaan en meteen doorstappen naar de afgelopen acht maanden. Samen met Joyce ben ik net terug van een vakantie in Zuid-Limburg. Heerlijk genoten van elkaar en van onze kleine spruit. Zo’n week merk je ook wat er de afgelopen maanden veranderd is. Uitslapen is er alleen bij omdat wij daar duidelijke afspraken over hebben gemaakt en in plaats van 7 heb ik maar 1 boek gelezen. Toch is dat allemaal maar ‘peanuts’. Het beloofd weinig goeds voor de toekomst, maar als Anne-Roos naar papa lacht dan is hij als was in haar handen. Ik heb volgens mij nog nooit zulke belachelijke geluidjes uitgeslagen en/of zulke gekke bekken getrokken en dat alleen maar om haar te laten lachen. Van een klein drolletje mens is Anne-Roos uitgegroeid tot een klein persoontje met een eigen willetje. De evaluatie valt dan ook positief uit. En ik ben er dankbaar voor als ik mij bedenkt dat zij er de rest van mijn leven zal zijn.

Op naar de volgende 28 jaar!