Dag 10 van 2019: ‘Nederland als Europees kampioen avonden en in het weekend werken.’

Het is nu woensdagavond en morgen ben ik vrij. Nou ja, niet helemaal een beetje. Mijn meest gelukkige momenten op kantoor beleef ik op de dag dat ik eigenlijk vrij hoor te zijn. 9 uur werken is heerlijk, maar zorgt tegelijkertijd voor een weinig flexibel rooster. Ik begon er nu 10 jaar geleden mee omdat er een klein meisje was geboren. Zij en haar broertje gaan inmiddels naar school dus is de donderdag een soort van rustpunt in de werkweek. Niets moet (als ik wil ga ik naar de kapper en de bios), maar alles kan. Daar hoort ook bij een paar uurtjes naar kantoor.

In het Algemeen Dagblad las ik een artikel met de kop: ‘Nederland als Europees kampioen avonden en in het weekend werken.’ Het artikel werd geschreven aan de hand van een onderzoek uitgevoerd door de universiteit van Leuven (België). Conclusie Nederland is niet alleen koploper als het gaat om deeltijdwerk, maar ook doen we dit werk verspreid over de dagen van de week, in de avonduren én zelfs in het weekend.

Nu werk ik voor politiemensen en dat is een 24/7 bedrijf. Voor de meesten van hen geldt dat ze in zo’n onregelmatig ritme hun werk doen. Dat is niet nieuw. Wat wel nieuw is dat hetzelfde inmiddels ook geldt voor mensen die werken in winkels of de mensen die ervoor zorgen dat onze bestelde bank ook daadwerkelijk 24 uur later kan worden bezorgd. Ze zie je dat onze eigen behoefte aan flexibiliteit ook weer flexibiliteit vraagt van anderen. Met als gevolg dat langzaam maar zeker de duidelijke scheidslijn tussen werk en privé vervaagt.

Zoals je in de eerste alinea kon lezen heb ik daar geen moeite mee. Er is echter een dikke maar. Ik zie steeds meer mensen (vooral ook van mijn generatie) opbranden. Zo flexibel omgaan met werk en privé is alsof je over een dun koortje wandelt. Het vraagt steeds weer bewust de juiste keuzes maken. En vooral ook je eigen lichaam voelen. Over wanneer jij je mail leest, welke druk jij jezelf oplegt, maar ook wanneer het echt even genoeg is. En dan heb ik nog de luxe van het kiezen…

Dag 9 van 2019: ‘Over bullshit jobs’

Al in december was ik begonnen aan het boek ‘Bullshit jobs’ van David Greaber. Ik ben inmiddels bijna klaar met het boek en de irritatie en verwondering over het soort van wereld waarin we leven begint in mijn hoofd immense proporties aan te nemen.

In de loop van de jaren heb ik geleerd dat het vooral een teken is dat ik het betreffende boek nog even moet laten bezinken. Daarna kan ik er een blog over schrijven of iets zinnigs over zeggen. Die genuanceerde blog volgt nog. Wat ik hier ga zeggen, mist die nuance. Het is een voorlopige oprisping van gevoelens die mij overvielen toen ik het boek las.

De schrijver van het boek is Antropoloog (en anarchistisch activist). Dat antropologen, mensen die zich hebben verdiept in de mens en de menskunde, interessante denkers (kunnen) zijn, wisten we in Nederland al door Joris Luyendijk. Greaber voeg ik toe aan mijn lijstje van mensen om te bewonderen. Greaber heeft zich verdiept in het denken over theorie van waarde én sociale theorie. Aan de basis van zijn boek staat een essay dat hij in 2013 schreef en dat een snaar raakte bij een groot aantal mensen. Hij schreef hierin voor het eerst over banen die er niet toe doen, zogenoemde ‘Bullshit Jobs’. Wat volgde was aanvullend onderzoek naar het fenomeen.

In dit boek betekent zijn achtergrond als Antropoloog dat hij fundamentele vragen stelt bij de manier waarop we in onze maatschappij werk definiëren en (samen) vormgeven. In het boek komen vragen langs als. Welke definitie gebruiken we als het gaat om werk en wie heeft dat ooit bepaalt? Is werk altijd zinvol en wie bepaalt dan wat zinvol werk is? Waarom werken we ons naar de klote, terwijl dat helemaal niet nodig is? Waarom is werk dat echt iets betekent voor mensen ook vaak werk dat slecht betaalt? Is het eigenlijk wel zo dat mensen controle nodig hebben om zich optimaal in te spannen om tot een resultaat te komen?

Zoveel vragen en antwoorden dat het je als lezer op een gegeven moment duizelt. Maar wel super interessant. Mooi voorbeeld van een aansprekende passage vond ik het deel dat ging over de kanteling van macht. Waar het vroeger nog zo was dat de werknemer de richting bepaalde, is het in onze samenleving zo dat het de baas is die beschikking krijgt over onze tijd. Het lijkt alsof het altijd al zo was, maar dat is dus niet zo.

Zoals gezegd volgt er een uitgebreide review als de inhoud van het boek wat gezakt is. Echt een aanrader dit!

Dag 8 van 2019: ‘Zoeklicht op het gazon’

Deze week heb ik het eerste boek van het nieuwe jaar geluisterd, namelijk: ‘Zoeklicht op het gazon’ van de Nederlandse schrijver Auke Hulst.

‘Zoeklicht op het gazon’ is een psychologisch boek. Hulst kruipt in de huid van één van de meest gehate personen van de 20ste eeuw: Richard Nixon. Een man die van 1969 tot 1974 als republikein de 37ste president van Amerika werd en uiteindelijk zijn Waterloo vond tijdens het zogenoemde Watergateschandaal. Bijna 106 jaar geleden geboren (7 januari 1913) en opgegroeid in een arm, Quaker-gezin in Californië. Als jurist ging hij in 1946 de politiek in. Via het congres en de senaat werd hij vice-premier onder Eisenhouwer. Na een pijnlijk verlies tijdens de presidentsverkiezingen van 1960 tegen Kennedy werd hij in 1969 dan toch eindelijk tot president gekozen. Na zijn afzetting in 1974 trok hij zich terug uit het politieke leven en herstelde zijn imago zich enigszins. Twintig jaar later, in 1994, overlijdt Nixon in New York aan een beroerte.

Over zijn periode als president en zijn pijnlijke verlies in de onderlinge strijdt om het presidentschap in 1960 zijn boeken vol geschreven. Hulst focust zich in zijn boek op het karakter en de psychologie van de mens Nixon. Wie was hij en op welke manier hebben zijn geschiedenis en karakter de geschiedenis van het machtigste land op aarde (mede) gevormd? De dan vice-president verdwijnt tijdens zijn campagne in 1960 een aantal uur. In deze uren voordat de uitslag bekend wordt, gaat Nixon op een roadtrip langs voor hem belangrijke plekken. Tijdens de road-trip krijgen we als lezers een beeld van de zwakke plekken die ertoe leiden dat Nixon in 1974 afstand moet doen van het presidentschap.

De laatste keer dat ik een boek las waarin de nadruk zo lag op de psychologie van het karakter was toen ik Siegfried las van Harry Mulisch. Hij voelde de noodzaak aan het begin van een nieuwe eeuw (het boek verscheen in 2001) voor een en voor altijd af te rekenen met Hitler. Het boek van Hulst is niet alleen goed geschreven, maar net als Siegfried relevant. Met een megalomane en racistische president in het Witte Huis. Een man wiens karakter hem voortdrijft en kwetsbaar maakt, is de vergelijking snel getrokken (door mij als lezer).

Een intrigerend boek en zeker de moeite van het lezen waard.

Dag 7 van 2019: ‘Niet mijn geloof reactie op de #nashvilleverklaring.’

De opstellers van de zogenoemde #Nashvilleverklaring (= link naar Nederlandse versie) uit 2017 noemen zichzelf bijbelgetrouwe Christenen uit Amerika. De verklaring bestaat uit 14 artikelen en samen geven ze een beeld van hoe God seksualiteit heeft bedoeld (volgens de opstellers). In elk artikel van de verklaring wordt bevestigd, bijv. dat een huwelijk een levenslang en goddelijk verbond is tussen man en vrouw. Maar ook ontkend, bijv. dat God het huwelijk heeft bedoeld als een homoseksuele, polygame of polyamoreuze relatie.

Vorige week werd bekend dat zo’n 250 predikanten van vooral conservatieve Christelijke gemeenten in Nederland de verklaring hebben ondertekend. Hetzelfde geldt voor prominenten zoals de oud- parlementarier Kees van der Staaij (SGP).

Mijn eerste gevoel: langzaam maar zeker ben ik moe van die hele discussie over seks(ualiteit). Het voelt alsof we niet verder komen met een discussie die ik interessant vond toen ik het spannend vond het woord seks hardop uit te spreken. Dat moment ligt meer dan 20 jaar achter mij. En ondertussen gaan er (nog steeds) miljoenen mensen dood vanwege ziekte en hongersnood. Slapen er mensen op straat in mijn stad. Binnen de kerk ondertussen worden er honderden, zo niet miljoenen uren en euro’s besteed aan wie seks mag hebben met wie. Hoe belangrijk is dat nu…echt.

Maar als ik er wat langer over nadenk het volgende. Laten we er van uitgaan dat de discussie een uiting is van een diep verlangen om antwoord te vinden op de vraag ‘Hoe heeft God mensen (en daarmee mijzelf) bedoeld?’ Zelfs als ik op deze manier naar het onderwerp kijk, is het onmogelijk een dergelijk document te ondertekenen. Als God er is, dan heeft hij zich in de loop van de eeuwen en vooral ook met de komst van Jezus laten zien als een liefdevolle en inclusieve God. Iedereen is een weerspiegeling van God (ook als je toevallig op mensen van hetzelfde geslacht valt of in een ander lichaam geboren bent als waar jij je thuis in voelt). Daarmee is dan ook elk mens waardevol in Zijn ogen.

Nog even kort wat over dit soort documenten. Ik snap niet waarom ze geschreven moeten worden. Het is niet zo dat ze vanuit de hemel naar beneden komen fladderen. Het zijn mensen van vlees en bloed die ze schrijven. Het gaat om interpretaties van teksten die duizenden jaren oud zijn van een God die boven alles een mysterie is. Die helemaal niet relevant zou zijn voor het hier en nu als je hem in regeltjes kunt vatten.

Daarom zeg ik vol overtuiging: #nietmijngeloof.

Veel mensen vragen of het niet weer eens tijd wordt voor een kopje koffie met @keesvdstaaij vanwege de #NashvilleVerklaring. Nou nee. Ik kan deze onzin zó niet serieus nemen, evenmin als islam-gedreven of andere homohaat. Jullie betekenen niks. Liefde is alles. #lovewins— Claudia de Breij (@claudiadebreij) 6 januari 2019

Dag 6 van 2019: ‘Goede oren, slechte oren (nee het leven spaart je niet)’

Wat een opluchting. De eerste week van 2019 zit erop en dus ook de 2 weken vakantie van de kinderen. De opluchting komt niet zozeer voort uit kinderen die weer het normale ritme van school, sport en een sociaal leven oppakken als wel dat we dit allemaal mogen doen. Even geen bijzondere dingen. Heerlijk!

Niet bijzonder is overigens wel relatief. Morgen gaat mijn zoon voor het eerst naar school met digitale oren in. Naast papa is er nog één gehandicapte in huize Achterbergh jr. Tot het moment dat hij ze daadwerkelijk moest gaan dragen was het stoer. We zijn inmiddels anderhalve week verder en het is net Goede tijden, Slechte tijden. De momenten dat hij zijn digitale oren haat en de momenten dat hij vol verwondering is over de wereld om hem heen wisselen elkaar in hoog tempo af.

Ik was 15 toen ik (voor de zoveelste keer) getest werd en uiteindelijk bleek dat mijn oren slechter waren als die van een gemiddeld kind. Toen de eerste resultaten terugkwamen van mijn zoon en bleek dat hij slecht scoorde op horen, wist ik eigenlijk al wel hoe laat het was. In plaats van de slechte score af te schuiven op verkoudheid besloten we door te pakken. Hij werd getest door het audiologisch centrum.

Als vader hoop je dat je vooral je goede eigenschappen en kwaliteiten op je kinderen overbrengt. Toen het definitief was vastgesteld dat mijn zoon slechthorend was, raakte het mij dan ook. Ik zei geëmotioneerd tegen hem: ‘Sorry dat je door mij niet zulke goede oren hebt.’ Zijn reactie was helemaal in lijn zoals je die van een kind van zes kunt verwachten: ‘Hoe komt dat dan pap, heb je in mijn oren lopen schreeuwen of zo?’

Morgen is zijn eerste schooldag in een rumoerige klas. Ik kan mij nog zo goed voor de geest halen hoe de periode van wennen aan een gehoorapparaat was. Hij krijgt morgen een extra dikke knuffel en daarna gaan we zo snel mogelijk dat heerlijke, ‘normale’ ritme in.

Dag 5 van 2019: ‘wat gedachtes over van jezelf houden’

Als kind stond ik ooit voor de spiegel en stelde ik mijzelf de vraag: ‘Wie ben ik, die jongen die ik daar zie of de persoon die daar in zit?’ Ik weet nog dat het idee dat je lichaam en geest niet van elkaar te scheiden zijn en mijn geest dus voor altijd dit lichaam nodig zou hebben, me claustrofobisch maakte. Toch is het zo dat je waar je ook heengaat: jezelf meeneemt.

De Griekse filosoof Aristoteles zei ooit dat ‘hij zich afvroeg of een man het meest van zichzelf moet houden of dat het beter is om van anderen te houden’. De vraag die erachter zat was: ‘Is van jezelf houden egoïsme?’

Voor het antwoord op die vraag wens ik je veel plezier met het lezen van het gelinkte artikel. Voor mij persoonlijk geldt dat ik er als volgt naar kijk. Ik prijs mij gelukkig dat ik een opvoeding heb genoten waarin ik weinig tot niet beschadigd ben. Ik kan niet zeggen dat ik het altijd even makkelijk vind om van mijzelf te houden, maar ik heb altijd geleerd dat ik het waard ben om van gehouden te worden. Dat besef vormde en vormt volgens mij de basis voor het liefhebben van mijzelf.

Je kunt (volgens mij) alleen maar delen wat je kent. Vanuit de liefde voor jezelf komen dan ook andere vormen van liefde voort. Die voor je partner, je vrienden en je geliefde. Tegelijkertijd geeft het je de mogelijkheid grenzen aan te geven. Van jezelf houden betekent namelijk dat je kunt bepalen wat al dan niet acceptabel is in de manier waarop de ander met jou omgaat.

Als het gaat over van jezelf houden, dan moet ik sinds ik hem voor het eerst hoorde, altijd denken aan het onderstaande liedje van Justin Bieber.

Dag 4 van 2019: revolutie!

Ik las vorige week de column van Claudia de Breij over de gele hesjes. Ze begon haar column met de woorden: ‘je kunt lachen om de gele hesjes beweging in Nederland.’ (gelukkig volgde er daarna ook nog een maar…)

De meeste dingen die uiteindelijk van waarde blijken of impact hebben, lijken in eerste instantie een slechte grap. Het kan (bijna) niet anders dan dat er een groot aantal mensen meer dan 2.000 jaar geleden meesmuilend door Israel hebben gewandeld en hard hebben gelachen om ene Jezus die zich de zoon van God noemde. Of wat dacht je van de de eerste revolutionairen in Tsaristisch Rusland, de eerste man of vrouw die voorstelde zich te verzetten tegen de Zonnekoning, het regime van Assad of Khadafi.

Het is een beetje als de dansende man hierboven. Als er één iemand staat te dansen, dan sta je voor gek. Pas als er meerdere mensen aansluiten, dan ontstaat er iets dat uiteindelijk kan uitgroeien tot een revolutie.

Een jaar of wat geleden werden de pensioenen van Nederlanders flink gesnoeid. Tot grote verbazing van mijn toenmalige baas stond niemand op het Malieveld. In de periode vanaf 2008 zijn de banken en de bedrijven die op grote schaal worden gematst. De verzorgingsstaat wordt ondertussen betaald door de middenklasse. Mislukt het experiment van de vrije markt, dan betaalt de middenklasse (veel) geld om banken en bedrijven van falende bestuurders overeind te houden. Zijn verbazing over het gebrek aan revolutie (mijn woorden) sprak ook Lex Bohlmeijer, correspondent ‘Goede gesprekken’ uit in zijn laatste podcast. Bohlmeijer keek hierin na 5 jaar terug op 166 ‘goede gesprekken’ met interessante denkers van onze tijd.

Om weer even de analogie van het dansen te gebruiken. De eerste persoon die opstaat en begint te bewegen, voelt daartoe een bepaalde noodzaak. Zo is het ook met de gele hesjes in Frankrijk. Het is de onderklasse en de onderkant van de middenklasse die zich in eerste instantie verzetten. De eerste persoon die de dans inzette was het zat om zoveel belasting te moeten betalen en plaatste een bericht op Facebook. Ze was niet de enige en ook anderen deden mee. Inmiddels gaat het om tien- zo niet honderdduizenden mensen wereldwijd. Ik pas als hogeropgeleide, meer dan modaal verdienende witte man misschien niet in het plaatje, maar ik ben blij dat er eindelijk mensen opstaan die zeggen: ‘zo kan het niet langer!’

Het lachen vergaat mij als ik bedenk wat de consequenties zijn van een revolutie. Tijdens de laatste Franse revolutie vond men de guillotine uit. Net als ieder ander heb ik liever een geleidelijke transitie. Maar dat betekent wel dat politici en bestuurders het zich niet kunnen veroorloven om de bal maar bij de burger – vooral ook mensen die minder verdienen – neer te blijven leggen. Politici laten hun oren teveel hangen naar bedrijven en langzaam maar zeker ontstaat er een economische organisatie die we kennen vanuit de middeleeuwen: feodaliteit. Wijsheid met dank aan eerder genoemde Bohlmeijer. Het kan en het moet eerlijker. Als het de banken zijn die er een zooitje van maken, dan betalen ze daarvoor een prijs. Is het de industrie die het meest vervuilt en jarenlang dikke winsten hebben gemaakt ten koste van de natuur. Idem.

Gebeurt dat niet, dan leert de geschiedenis ons dat een revolutie niet alleen onvermijdelijk, maar ook bloederig is.

Dag 3 van 2019: ‘Huilen en van ellende weg willen kruipen in de bioscoop.’

Sinds 1937 zijn er al vier versies gemaakt van de film ‘A star is Born’ De laatste versie is van 2018 met in de hoofdrollen Bradley Cooper en Stefani Germanotta (Lady Gaga). De film vertelt het verhaal van een langzaamaan verleppende, mannelijke rockster en de opkomt van zijn ontdekking, later vriendin en vrouw die hem eerste staande houdt en daarna in alle opzichten overvleugelt.

Aan het eind van 2018 zag ik de film. Dat op zichzelf is niet zo bijzonder voor iemand met een abonnement op de lokale bioscoop. Hoe ik er weer uit kwam, heb ik nog weinig meegemaakt. Ik kan er maar moeilijk de vinger op leggen, maar deze film raakte mij diep. Al op de fiets terug naar huis heb ik via Spotify geluisterd naar de filmmuziek en dat ben ik blijven doen. Ook heb ik aan iedereen die luisteren wilde, verteld dat ik huilend en niet lang daarna van ellende met de vingers in de oren en ogen dicht in de bioscoopstoel heb gezeten. Altijd gevolgd door de tip: ‘ga die film kijken.’

In 2017 keek ik de Netflix-docu ‘Gaga: five foot two’. De eerste keer dat ik meer zag dan een zangeres die zich idioot kleedde. Ineens werd Gaga, Stefani. Een (mooi) mens van vlees en bloed met een onwijs mooie stem. Voor de mensen die de docu (nog) niet zagen, rukt de film misschien het masker van de onbenaderbare ietwat vreemde popster af.

Weer terug naar de film ‘A star is Born’ Het schijnt dat Cooper (hoofdrolspeler en regisseur), tegen het advies van anderen in, besloot Stefani de hoofdrol te gunnen. Cooper heeft van Gaga door deze film een actrice gemaakt, maar is door haar een rockster geworden. Dat noem ik nog eens een win-win.

Nadat de film een beetje was ingedaald, vroeg ik mij af waarom ik er zoveel bij voelde? Voor een deel was het de muziek. Schitterend, beeldend en een verhaal op zichzelf. Zeker ook het verhaal. Met als belangrijke les dat het enige wat gelijk blijft, is dat altijd alles verandert en daar moeten we als mens in mee. ‘Maybe it’s time to let the old ways die’ Een voorbeeld van liefde die niet uitkomt, maar daarom niet minder is. En… dat verhaal over een man die slecht begint te horen en door daar niet zorgvuldig mee om te gaan uiteindelijk zichzelf onrecht doet.

Ga hem zien. A star is Born.

Dag 2 van 2019: ‘Hoe groot ze ook is, in mijn ogen blijft ze altijd klein.’

Hoe irritant ze soms ook zijn cliché’s bevatten altijd een kern van waarheid. Hoe vaak ik mensen de afgelopen jaren wel niet heb horen zeggen: ‘geniet maar van die kleine kinderen van je, voordat je het weet zijn ze groot.’

Mijn dochter werd deze week een tiener (10de verjaardag) en opeens was er het besef dat ze over een jaar of acht misschien al op zichzelf woont. Dat het kleine meisje dat ik vasthield toen ze geboren werd nu al uitgroeit tot een geweldig mooi, lief en in toenemende mate zelfstandig meisje.

Overvallen door een moment van nostalgie zette ik met tranen gevulde ogen een foto op Facebook met daarbij de tekst van het liedje ‘Dochters’ van Marco Borsato.

Toen mijn dochter werd geboren was ze er een paar weken te vroeg. Ze was daarom even groot als mijn onderarm. Hoe groot ze ook wordt. Ik kan niet anders dan (ook) dat kleine meisje zien die ik nu al meer dan tien jaar geleden in mijn armen gedrukt kreeg en aan wie ik mij voorstelde als haar vader.

Zo cliché, maar daarom niet minder waar.

Dag 1 van 2019: ‘Mijn top 10 van gelezen boeken in 2018.’

Misschien is het wat ongepast om een nieuw jaar te beginnen met oud-nieuws, maar ik wil toch mijn top 10 van gelezen boeken in 2018 met jullie delen. Aangezien ik weer meer wil gaan schrijven, zullen uitgebreide reviews (van een aantal boeken) ook nog wel volgen.

Meer in algemene zin was 2018 een vruchtbaar (lees)jaar. Ik heb mijn liefde voor boeken weer (her)ontdekt en met Storytel is het niet langer beperkt tot ‘s avonds in bed of bad. Lezen kan met een luisterboek nu altijd en overal. Terwijl ik boodschappen doe, sta te koken of op weg ben naar een afspraak voor mijn werk.

Hierbij mijn top 10 van 2018 *:

  1. Leaders eat last – Simon Sinek
  2. De tolk van Java – Alfred Birney
  3. Busy: how to thrive in a busy world – Tony Crabbe
  4. Loyaliteit – James Comey
  5. Doughnut Economics – Kate Raworth
  6. No is not enough – Naomi Klein
  7. Leonardo Da Vinci – Walter Isaacson
  8. The world as it is – Ben Rhodes
  9. 21 lessen voor de 21ste eeuw – Yuval Noah Harari
  10. Becoming – Michelle Obama

*Op basis van datum gelezen (Leaders eat last = januari en Becoming = december 2018).

Niet in de top 10 maar wel een speciale vermelding waard: Nouri: de belofte van Henk Spaan. Een voetbaljournalist die vol liefde en passie het verhaal vertelt over voetballer en mens Abdelhak Nouri.