365 dagen bloggen, dag 336: ‘Over lichtjes in de mist’

Hij zat een klas lager dan ik. We zouden elkaar niet snel hebben ontmoet als het meisje waar ik verliefd op was, niet was blijven zitten en bij hem in de klas kwam. Hij schreef liedjes en ik gedichten. Soms wisselenden we wat zinnen uit. Waarschijnlijk was hij er (toen al) een stuk beter in, in ieder geval heeft hij er uiteindelijk zijn carrière van gemaakt. Tegenwoordig treedt hij op als zanger, liedjesschrijver en muzikant.

Vandaag zat ik in de kerk en kwam een er een liedje langs dat hij samen met een van mijn helden schreef. Held is misschien ook wat overdreven, maar ik vind het in ieder geval een geweldige artiest: Stef Bos. Samen met Matthijn Buwalda schreef hij het nummer: ‘Lichtjes in de mist’. Een mooie verrassing zo op de zondagochtend, waarin de twee mannen elkaar toezingen wie of wat God voor hen is. Het refrein gaat als volgt:

“De mist van het mysterie is het mooiste in het dal. De kern is onbereikbaar en toch is ze overal. En net als ik denk te weten, blijkt dat ik mij heb vergist, we zwerven tot we thuis zijn, we zwerven langs lichtjes in de mist. Onbereikbaar, dichtbij, mij.”

Wauw!

365 dagen bloggen, dag 307: ‘Indoctrinatie’

Volgens mijn schoonzus is de muziek van Elly en Rikkert niet meer en niet minder als indoctrinatie. Van ‘Jezus is de goede herder’ tot aan ‘een parel in Gods hand’. Ik werd groot met de liedjes van deze christelijke singer-songwriters én hetzelfde geldt voor mijn kinderen. Ik zelf zie het probleem niet zo. Uiteindelijk delen we met onze kinderen waar we zelf vol van zijn.

Van muziek: Acda en de Munnik, jaren 90 gangsterrap of in het geval van mijn ouders Boudewijn de Groot tot de films waar we groot mee werden. In mijn geval ‘The lionking’ en in het geval van mijn vader ‘James Bond en ‘Lawrence of Arabia’ en de religie waar we ons mee verbonden voelen.

Net als ik zelf, gaat er ook voor mijn kinderen een tijd komen waarin ze zelf moeten beslissen wat ze geloven. Tot die tijd mag ik ze lastigvallen met mijn eigen voorkeuren en ja daar horen ook de liedjes van Elly en Rikkert en het op zondag naar de kerk gaan bij.

365 dagen bloggen, dag 301: ‘Nooit heb ik niets met U’

Vanochtend vierden we in onze kerk een zogenoemde Taizé-dienst. Veel stilte en zingen, weinig overbodig gepraat. Tijdens de dienst werd ik geraakt door de zin: ‘Nooit heb ik niets met U.’

Een dubbele ontkenning en daarmee een bevestiging. Ik moest denken aan de gesprekken die ik de afgelopen maanden heb gevoerd over geloof of juist het gebrek eraan. Maar behalve al die rationele overdenkingen ook aan de momenten dat ik mij in de auto mee mee laat voeren met de muziek. Niet te verklaren emoties die mij overvallen als ik de muziek hoor van onder andere de Amerikaanse zanger Kirk Franklin.

Hoe ik mij ook verhoudt tot de U in de titel. Soms dichterbij en soms verder af, één ding verandert niet: ‘Nooit heb ik niets met U.’

365 dagen bloggen, dag 295: ‘God als Lieverik’

Mijn zoontje kwam vandaag thuis met een existentiële vraag, namelijk: is God een lieverik? Een vriendje uit zijn klas had gezegd dat God de slechterik was. Het eerste wat hij deed toen hij thuis was, was aan mama vragen of hij het in de kerk goed begrepen had.

Als kind van vijf is het erg belangrijk wat je vriendjes ervan vinden. Ik zie ze daar al samen op het schoolplein discussiëren. Met dat beeld op mijn netvlies bedacht ik mij dat we misschien wel ouder worden, maar dat de vraag niet verdwijnt. Is God een lieverik? Ik zou de vraag met ja beantwoorden, maar ik kan mij voorstellen dat er heel wat mensen zijn die daar ernstige twijfels bij hebben. Mensen die teleurgesteld en boos zijn in mensen, in God. Die weinig liefde hebben ervaren van de mensen die aangeven dat ze namens Hem spraken. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat we er allemaal naar blijven zoeken om iets van die lieve God te ervaren in ons leven.

Voor mijn zoontje was het na de woorden van zijn moeder goed. Zijn wereld- of zo je wilt Godsbeeld was weer hersteld. God is voor hem een lieverik, omdat mama het zegt. Is het voor ons voldoende om te geloven dat Hij het is, omdat Hij het zegt?

365 dagen bloggen, dag 246: ‘The Devil made me do it’

Ik snap ze wel die Middeleeuwse Katholieken die een aflaat kochten. Een bedrag in de collectezak en je was af van die ellendige duivel die je op de hielen zat. Ook in de kerkelijke stroming waar ik op groeide werd er regelmatig gesproken over ‘de duivel’. Niet dat mijn ouders mij ermee om de oren sloegen. Bij ons thuis geen excessen als: ‘als je stout bent ga je naar de hel’. Toch heeft het mij wel eens dwars gezeten, wat moet ik toch aan met die gevallen engel, dat symbool van het ultieme kwaad?

Mijn overdenkingen komen voort uit het kijken van de serie ‘Lucifer’ waarin de de Duivel het wel gehad heeft met de hel en toe is aan vakantie. Na een periode in Los Angeles besluit hij zijn vakantie permanent te verlengen. Behalve dat het een vermakelijke serie is, zit er (heel) soms ook een serieuze ondertoon in. Zo verzucht Lucifer regelmatig dat hij het ‘vuile werk’ moet opknappen voor God, maar ook dat mensen wel heel makkelijk naar hem verwijzen. ‘Don’t look at me the devil made me do it.’

Het verhaal van de Duivel zoals die in de bijbel staat is het verhaal van een gevallen Engel. De Duivel wilde als God worden en Hij verstoot hem vanwege zijn hoogmoed. Los van de hele theologie vind ik het een fascinerend idee dat goed alleen kan bestaan bij de gratie van slecht. Hoe weten we wat goedheid is als we het slechte niet kennen? Een vergelijkbaar dilemma als met de discipel die Jezus verraden heeft (Judas). Had die beste man wel echt een keus, er was toch ook een slechterik nodig in het verhaal? Iemand die Jezus zou uitleveren aan de mensen die hem uiteindelijk zouden doden. Jezus koos Judas als zijn discipel, maar wist hij toen al dat hij hem ging verraden? Wat zegt dat dan ook zijn keuze of over God zelf? Hetzelfde geldt voor de Duivel. Kan er ook een God bestaan zonder zijn slechte evenknie. En wat betekende dit voor de vrije wil van de betreffende Engel?

Gewoon een paar vragen waar ik over nadacht naar aanleiding van een TV-serie.

365 dagen bloggen, dag 245: ‘Kerk zijn aan de BBQ’

Vanochtend werd ik niet voor het eerst deze zomerperiode wakker op de camping. Wel nieuw was de directe omgeving waarin ik wakker werd. Voor het eerst deze zomer, misschien zelfs wel in jaren werd ik wakker in een caravan. Een comfortabel bed, toilet bij de hand, maar toch het campingleven ervaren.

Het excuus om ons dit weekend op de camping terug te trekken was een weekend van onze kerkelijke gemeente. Een ‘alles mag en niets moet’ weekend vlakbij huis (Terschuur). Mijn zoon kon gewoon naar zwemles en daarna met papa op avontuur, terwijl mijn vrouw en dochter genoten van een rustige morgen voor de caravan.

Toen mijn kinderen werden gedoopt heb ik beloofd ze op te voeden met Christelijke waarden. Omdat je besmet wordt met wie je omgaat, vind ik dit soort weekenden belangrijk. Ik heb mooie herinneringen van weekendjes weg met de kerk. Natuurlijk deel je met elkaar wat je gelooft en zorgt dat voor de onderlinge band, maar op zo’n weekend staat echt niet iedereen constant met z’n handjes in de lucht te lofprijzen. Dan blijkt de kerk vooral ook een gemeenschap van mensen die op z’n tijd een excuus zoeken om te kamperen, spelletjes te spelen en te barbecuen :-). Mijn kinderen genieten ondertussen. Van het bloemen plukken, fikkie steken, marshmallows eten en nieuwe vriendjes maken. ‘Kijk pap dat is L en hij is mijn vriend’

Het is tijd om af te ronden. De BBQ gaat weer aan, we hadden gisteren teveel vlees. Heerlijk dat ontspannen kerk zijn aan de BBQ.

365 dagen bloggen, dag 177: ‘de staat van God’

In een artikel op Trouw.nl met als titel: ‘de staat van religie laat zien dat God niet aan het verdwijnen is, in in tegendeel.’ staat de quote:

“Weg van de clichés en de vooroordelen en in plaats daarvan juist meer achtergrond bij wat mensen bezieling geeft.”

Volgens het artikel is er een nieuwe generatie opgestaan voor wie religie niet langer meer iets problematisch is, maar die vanuit de wetenschap een antwoord proberen te formuleren op wat het is dat mensen bezieling geeft. Het artikel sluit af met hoogleraar Marc Slors. Hij ziet twee aannames als het gaat om religie, namelijk dat we denken dat religie iets individueels is en ten tweede dat we ten onrechte denken dat religie gaat over kennisclaims.

“Als je aan gelovigen vraagt: waarom geloof je eigenlijk, dan krijg je natuurlijk nooit die neurologische antwoorden. Wél dat religie waardevol is, dat het zin geeft aan je leven. Religie gaat ook over gedrag, over rituelen, over moraal en omgangsvormen. Religie is een gedeelde denkgewoonte. Die gedeelde ideeën zorgen voor groepsvorming, voor samenwerking, voor onderling vertrouwen tussen mensen, en dat stelt ons in staat om rollen te verdelen. Dat geeft ons evolutionair gezien een enorme voorsprong op andere soorten. De collectieve denkgewoonte gaat over hoe je je moet gedragen en je tot de ander verhouden.”

Ik herken ze allebei. De persoonlijke zoektocht naar bezieling en zingeving tegenover mijn behoefte ergens bij te horen, mij met anderen te verbinden, juist ook in die zoektocht. Door de vrijheid die mensen ervaren in hun zoektocht ontstaan er zoveel mooie vormen. Plekken (on- en offline) waar mensen elkaar inspireren en zich met elkaar verbinden. Op zondag in de kerk, maar ook daarbuiten. Zo is er op Facebook het initiatief van de kerklozen. Een groep mensen uit Zwolle en omstreken die, ook al geloven ze, niet meer aangesloten zijn bij een kerk. Of neem 7×7 een dappere zoektocht naar een progressief christendom. Het magazine Lazarus waarin inspirerende mensen aan het woord komen. En dat zijn alleen nog de christelijke varianten. Ik ben zelf ook blij met een initiatief als ‘School of life’ (zie onderstaande filmpje) dat voorkomt uit het brein van filosoof en atheïst Alain de Botton.

Allemaal pogingen om, zoals het artikel in Trouw dat zo mooi verwoordt op zoek te gaan naar bezieling.

365 dagen bloggen, dag 106: ‘Feest van hoop’

Zo weinig als ik heb met stille zaterdag, zoveel heb ik met Pasen. Van alle Christelijke feestdagen staat deze voor mij met stip op nummer één. Het is het meest hoopvolle van alle feesten en hoewel ik een vriend die niet gelooft ooit eens hoorde zeggen dat hij die Jezus best tof vond, maar afhaakte met dat uit de dood opstaan, ook het meest toegankelijke. #bescheidenmening

Pasen is voor mij het feest van hoop, van een nieuw begin. Twee dingen die we allemaal op z’n tijd nodig hebben. Na een dagje kerk- en familiebezoek besloot ik ’s avonds naar de film te gaan. Ik parkeer mijn auto altijd een paar kilometer van de bioscoop af, op die manier kom ik aan mijn 10.000 stappen per dag (en betaal ik geen belachelijke prijzen om mijn auto te parkeren). Onderweg luisterde ik naar een podcast (preek) van mijn favoriete dominee, Andy Stanley.

Deze preek ging over atheïsme ‘Who needs God‘. Niet bedoeld om te overtuigen, wel om eens goed uit te leggen wat het inhoud om atheïst te zijn. Waar geloof je nu eigenlijk in als je in niets gelooft? Afscheid nemen van het één (een God), betekende volgens Stanley automatisch het omarmen van iets anders (er bestaat geen God). Ik val in de categorie mensen waar Stanley het in zijn preek over heeft. Dertigers die langzaam maar zeker afscheid namen van het geloof van hun jeugd en op zoek gingen en gaan naar antwoorden die zij binnen het traditionele geloof niet altijd meer vinden.

Op deze paasdag ging een deel van zijn preek over hoop. Iemand die in niets gelooft is niet per definitie hopeloos, net zo min als dat iemand die gelooft altijd hoopvol is. Toch is er, en dat herken ik zelf ook, het verlangen dat het allemaal waar blijkt te zijn.  Hoe mooi is het als er een plan blijkt te zijn en de pijn en teleurstelling van het leven leiden tot iets moois. Als we als mensen ten diepste gekend en geliefd worden door een persoonlijke God. Een God die zijn zoon liet sterven, zodat alle andere mensen mogen leven.

Die hoop en het verlangen bovenstaande weer met volle overtuiging te geloven, dat was door Andy Stanley voor mij pasen 2017.

365 dagen bloggen, dag 29: ‘overeenkomsten tussen een voetbalwedstrijd en de kerk’

In principe is naar de kerk gaan niet heel veel anders als een voetbalwedstrijd bezoeken, bedacht ik mij terwijl ik gisterenavond in Almelo om mij heen keek. De supporters van PSV zette in de 80ste minuut het zoveelste lied in én samen met duizenden andere mensen keek ik gebiologeerd naar hoe PSV en Heracles Almelo een leuke pot voetbal op de mat legde. Een beetje samen zingen om je team aan te moedigen en daarna weer opgeladen naar huis.

Vanochtend schoof ik aan in de kerkbanken en bedacht ik mij dat er niet zoveel plekken meer zijn waar je eens rustig na kunt denken. Daarom ben ik nog steeds zo’n fan van naar de kerk toe gaan. Eén uurtje in de week de rust vinden om te landen. Antwoorden zoeken en (in mijn geval) vinden op de grote(re) vragen van het leven. Wie ben ik? Waarom ben ik er? Hoe ben ik verbonden met anderen? Wie wil ik voor de ander zijn?

Sommigen vinden die momenten van reflectie en verbondenheid op de yogamat, anderen in het stadion terwijl ze naar hun favoriete voetbalclub gaan kijken. Voor mij is één van de manieren om mij verbonden te voelen met iets dat groter is dan ik zelf ben, door naar de kerk te gaan. De muziek die mij raakt, woorden die mij dwingen om mijzelf te onderzoeken én het gevoel van verbondenheid tussen mijzelf en de mensen die ik er ontmoet. Niet zo heel anders dan een voetbalwedstrijd dus eigenlijk :-).

365 dagen bloggen, dag 21: ‘feiten en geloven’

Ik las in de krant dat de helft van het kabinet dat Trump van plan is om te benoemen niet gelooft in klimaatverandering. Het eerste wat ik mij afvroeg was, is klimaatverandering iets waar je in kunt geloven? Net als met die discussies over kinderen al dan vaccineren. Kan dat eigenlijk wel.  Is iets op een gegeven moment ook niet gewoon een feit?

Misschien is het wel heel vreemd dat juist iemand zoals ik, iemand die gelooft in een God zichzelf deze vraag stelt. Er zijn in de Westerse wereld veel mensen die vinden dat wetenschap langzaam maar zeker het geloof in een God onmogelijk maakt. Het zijn volgens deze mensen mooie verhalen. Als ik zeg dat ik geloof dan stellen zij zichzelf misschien wel dezelfde vraag als ik die mij stel als iemand zegt niet te geloven in klimaatverandering of vaccinatie. Hoeveel bewijs moet er komen voordat het een feit wordt dat er geen God bestaat, zouden ze mij kunnen vragen.

Ik las deze week het boek: ‘taal is zeg maar mijn ding’. Er werd ook stilgestaan bij geloven. Mensen die dingen zeggen als: ‘Ik geloof dat ik vind dat’. Met zo’n opmerking worden feiten platgedrukt. Een geloof is privé en het is ‘not done’ om daar vraagtekens bij te stellen. In die zin is iets neerzetten als een geloof in plaat van een mening ook een verdedigingsstrategie. Hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik geloof (ok deze ironie ontgaat ook mij niet) dat zolang er ook over gediscussieerd mag worden geloof best naast de feiten mag blijven bestaan. Toch hoef je maar naar de afgelopen eeuwen te kijken om te zien dat het de rede is die ons als mensheid veel gebracht heeft.