365 dagen bloggen, dag 345: ‘de sociale staat van Nederland’

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) kwam deze week met een rapport over de sociale situatie in Nederland. Zo’n rapport is natuurlijk hartstikke interessant voor mij, jou én journalisten. Het zorgt voor een aantal mooie krantenkoppen. Ik ben geen specialist, maar ik ga ervan uit deze mensen weten wat ze doen. Toch heeft het vangen van de sociale situatie in een rapport iets vreemds. 17 miljoen mensen, evenveel meningen en ervaringen: hoe vang je dat in een rapport?

Zoals altijd in onderzoek spreek je dus over algemeenheden en algemene ervaringen. Een onderzoek vertelt vrijwel nooit het verhaal van een individu. Tegelijkertijd was de uitkomst fijn om te lezen. Je zou door al dat geschreeuw van een kleine groep bijna vergeten dat er ook een stille meerderheid is die over het algemeen best genuanceerde standpunten en beelden heeft. Het bewijs daarvoor vind je in een aantal, zoals de onderzoekers ze beschrijven, belangrijkste conclusies uit het rapport:

  • De kwaliteit van leven van Nederlanders is de afgelopen 25 jaar beter geworden. Sinds 1990 is de levensverwachting sterk toegenomen, evenals het opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en het besteedbaar inkomen. De criminaliteit is afgenomen, de woningen zijn van een betere kwaliteit, meer Nederlanders sporten en we gaan vaker op vakantie.
  • Toch zijn er ook een aantal hardnekkige problemen en ongelijkheden. De combinatie van een minder goede leefsituatie en niet-gelukkig zijn komt samen bij een groep mensen die weinig eigen mogelijkheden voor verbetering (ongeveer 5% van de volwassen bevolking, zowel in 1990 als in 2017). Ook is er – ondanks de toegenomen welvaart – armoede in Nederland: in 2017 6,6%.
    Hoewel de verschillen tussen groepen in het algemeen kleiner werden, werden ze groter tussen laag- en hoogopgeleiden en tussen gezonde en ongezonde mensen. In de afgelopen twee jaar werden ook de verschillen in leefsituatie tussen werkenden en niet werkenden en tussen hoge en lage inkomens groter.
  • De stemming in het land is in grote lijnen stabiel gebleven in de afgelopen 25 jaar, al fluctueren de opinies in de tijd. Nog steeds vindt rond de 85% dat het eigen gezin in welvaart leeft en vindt bijna de helft van de Nederlanders dat anderen in het algemeen wel te vertrouwen zijn. Rond de 85% zegt gelukkig te zijn.
  • Nederlanders zijn nu niet cynischer over de politiek dan begin jaren negentig (wel zijn er fluctuaties). De tevredenheid met de democratie, ligt in 2017 hoger dan in 1990. De zorgen over normen en waarden en hoe we met elkaar omgaan waren in 1993 zelfs groter dan nu.
  • Over immigranten is men nu iets positiever dan aan het begin van de jaren negentig. Vond in 1994 nog 49% van de Nederlanders dat er te veel mensen ‘van een andere nationaliteit’ in Nederland wonen, in 2017 is dat 31%.
  • De steun voor de vrijheid van meningsuiting daalde: 25 jaar geleden vond nog 81% van de mensen dat iedereen vrij moet zijn om in het openbaar te zeggen wat hij of zij wil, nu is dat 66%.
  • De steun voor het EU-lidmaatschap is in 2017 lager dan in 1996 (58% resp. 75%).
  • Er zijn weinig aanwijzingen dat de maatschappelijke inzet en betrokkenheid van Nederlanders de afgelopen 25 jaar is veranderd. Het percentage Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet is sinds 1990 redelijk constant gebleven (tussen de 25% en 30%)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *