Dag 24: ‘Over blijven leren en schrijven’

Het is inmiddels dag 24 van mijn vakantie en daarmee ook bijna de laatste. Om nog even te genieten van mijn vrijheid zat ik daarom vanochtend om 11.00 uur als enige in de bioscoopzaal.

Soms krijg ik de plotselinge behoefte om te lopen. Ook vandaag heb ik daarom de 5+ kilometer naar huis gewandeld. Ondertussen luisterde ik naar een interview met journalist en schrijver Hans Nijenhuis. Sinds een paar weken hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad.

Een interview dat midden in de nacht wordt opgenomen heeft altijd iets intiems. Niet alleen omdat er bij een interview van een uur zonder een voorop gesteld thema ruimte is om te verdwalen in wat op dat moment ter tafel komt. Ook omdat het hijgerige van de actualiteit mijlenver weg lijkt, zo midden in de nacht. Podcasts maken het mogelijk om even die sfeer in te stappen. Terwijl het in werkelijkheid 13.30 uur is en je langs een drukke weg wandelt.

Nijenhuis vertelde onder anderen hoe hij van een AD-jongen uiteindelijk bij het elitaire NRC terecht kwam. Op een of andere manier herken ik mijzelf in sommige opzichten in zijn verhaal. Hoe hij vroeger gedichten schreef om aan de meisjes van zijn klas duidelijk te maken wat voelde (check). Schrijven zijn liefde is, maar hij ergens anders beter in is dus dat maar doet (check). Over hoe hij altijd meer wil leren (check). Hoe hij in de loop van zijn leven mensen tegenkwam die hem kennis lieten maken met nieuwe invalshoeken en hem de liefde bijbrachten voor muziek en boeken (check).

Op jonge leeftijd sprak Nijenhuis met een journaliste. Hij vroeg haar wat hoe moest doen om uiteindelijk haar baan te krijgen. Het antwoord (vrij vertaalt) was: ga studeren zodat je kennis hebt, maar blijf vooral schrijven. Ik denk dat dit een aardige samenvatting is van wat ik van plan ben ook na de vakantie te blijven doen. Leren en schrijven. Niet omdat het moet, maar omdat het zo goed voelt. Omdat het zo dicht bij mijn hart ligt en zo’n belangrijk onderdeel is van wie ik ben als mens.

Dag 23: ‘Over Noam Chomsky’

Ik weet nog goed wanneer ik voor het eerst over hem las. Het was volgens mij een artikel in Vrij Nederland van maart 2016. Vlak daarna zag ik zijn naam voorbij komen op Netflix. Alleen al om hem keek ik de (bleek toen) geweldige documentaire ‘Requiem for the American dream’. Over het verdwijnen van de middenklasse in de Amerikaanse samenleving. Hij (Noam Chomsky) is inmiddels 87 en in het voorwoord van het boek ‘de essentiële Chomsky’ wat ik vanmorgen bij de bibliotheek leende, las ik dat hij van alle levende auteurs de meest geciteerde is.

Chomsky heb ik leren kennen via zijn werk als politiek activist, maar behalve dat is hij ook ongeëvenaard in zijn vakgebied (schijnt). Hij is taalkundige en filosoof.

Gedurende zijn hele carrière heeft de geboren Amerikaan Chomsky zich behalve over zijn vakgebied ook uitgesproken over politiek. Hij wordt daarom ook wel omschreven als politiek activist. Hijzelf omschrijft zich als een anarchist. Niet alleen heeft hij essays geschreven als ‘Het ware gelaat van Uncle Sam’. Wat niet meer en niets minder is dan een aanklacht tegen het buitenlandbeleid van Amerika na de Tweede Wereldoorlog. Ook heeft hij onder andere in de documentaire die ik niet aanhaalde, hard uitgehaald naar de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. Hij is per definitie iemand die in makkelijke woorden uitlegt wat de consequenties zijn van complex, politiek beleid. Hij was en is een luis in de pels en kritisch denker die zich niet om de tuin laat leiden door mooie verhalen. Net als Tony Judt een intellectueel puur sang.

Op zijn 87ste laat hij in het actuele debat nog regelmatig zijn stem horen. Of het nu gaat over de gevaren van Donald Trump als Amerikaanse president, of over het Drone programma van president Obama. Geschiedenis wordt niet alleen geschreven door de overwinnaars, maar ‘de waarheid’ is ook niet altijd te lezen in de krant. Chomsky is zo’n man die je kunt volgen om de wereld om je heen echt beter te begrijpen.

Dag 22: ‘Over voor wie ik heb liefgehad’

Al bijna drie jaar houd ik (bijna) dagelijks een dagboek bij. Een foto van de dag en een korte tekst. Wat mij opvalt is dat ik zo weinig onthoud. In mijn hoofd is het vrijwel onmogelijk terug te gaan naar een specifieke dag en daar een specifieke herinnering aan te koppelen. Behalve natuurlijk als de impact erg groot is. Ik kan mij met gemak voor de geest halen hoe 23 maart 2007 (trouwdag), 31 december 2008 (geboorte Anne-Roos) en 4 mei 2012 (geboorte Sam) op hoofdlijnen verliepen. Maar ’normale’ dagen vormen langzaam maar zeker blokken. Het jaar dat ik trouwde, met werken begon, ik Joyce leerde kennen, maar ook de jaren dat ik studeerde en actueler de jaren dat de kinderen klein waren. 

Het boek ‘voor wie ik heb lief gehad’ is een boek over herinneringen, zo staat op de voorkant. Louise Veldman is 90 en zit op de gesloten inrichting van een verzorgingstehuis. Op een dag ontvangt ze een mysterieus pakketje met daarin haar dagboeken. Aan de hand van haar eigen ‘herinneringen’ aan oorlog, liefde en moederschap beleeft Louise opnieuw waar ze al die jaren voor is weggelopen.

Op een of andere manier liet het verhaal van Louise mij gisteren en vannacht niet meer los. Ik heb het boek van Marcel Vaarmeijer (1963) in een ruk uitgelezen. Het is niet het eerste boek waarin de auteur ons meeneemt in de belevingswereld van iemand die ouder is. Toch heb ik niet eerder een boek gelezen waarin de hoofdpersoon van 90 zo sterk en tegelijkertijd zo kwetsbaar is. Ik heb hard gelachen om sommige scènes, maar voelde ook mee met Louise haar pijn en verdriet. Je krijgt een beeld van Louise als jong meisje tot aan Louise als oude vrouw. Vaarmeijer heeft een consistent personage gecreëerd. Ook bijfiguren als zoon, verpleger en vertrouwenspersoon en de oudjes op haar afdeling zijn van toegevoegde waarde. De verhaallijn was interessant en heden en verleden liepen op een natuurlijke manier in elkaar over. Als ik dan toch een minpuntje moet noemen. Er zaten een aantal mindere dialogen in het boek, momenten waarin de schrijver (prominent) aan het woord was, omdat ik ze minder kon rijmen met de hoofdpersoon. 

Voor wie ik heb liefgehad is al met al een heerlijk boek en een aanmoediging om ook de komende jaren een dagboek bij te houden.

Dag 20: ‘Over handenarbeid’

Ik heb vier jaar handenarbeid gevolgd op school. Niet alleen dat ik heb er zelfs eindexamen in gedaan. Hoe wonderlijk is dat. Iemand met twee linkerhanden die eindexamen deed in handenarbeid. 

Een van de heerlijkste dingen van een vakantie is dat je toekomt aan achterstallig onderhoud. Sommige dingen, vooral de dingen die je kunt doen met je hoofd, krijgen bij mij regelmatig voorrang. Boekje lezen, nadenken waar het heen moet met de wereld en ons leventje. Dit jaar hebben we het alleen wat ander gepland. De eerste week van de vakantie van de kinderen hebben wij nog vrij om aan de slag te gaan in het huis. 2016 is ziezo het jaar dat er meer geklust en achterstallig onderhoud is doorgevoerd dan elk ander jaar. Die traditie zetten we ook deze zomervakantie voort.

Vandaag stond daarom in het teken van letterlijke handenarbeid. Om 9.15 uur begon ik met achterstallig onderhoud in onze tuin. Dat klinkt nog best ok, maar feitelijk betekende het op handen en knieën door de hele tuin om onkruid tussen de stenen te wieden. Radio1 aan en gaan met die banaan. Om 15.30 uur was ik nog niet klaar, maar er wel klaar mee. Uiteraard heb ik als herinnering een aantal blaren opgelopen. Ook voor morgen staat nog een sessie onkruid wieden gepland, gevolgd door modderhappen (ook wel genoemd schoonspuiten). Verderop in de week moet er nog geverfd worden en witzand worden gestrooid.

En vanaf volgende week mogen we weer lekker aan het werk met ons hoofd. #zinin

Dag 19: ‘Over geestelijke zelfbevrediging’

De Deense psycholoog Svend Brinkmann gaf deze week een interview aan Trouw. De kop boven het artikel was: ‘Mijd zelfhulpboeken ze maken je narcistisch’. Brinkmann schreef een boek waarin hij stelt dat hoewel de boeken soms helpen ze staan voor een beperkte, individualistische benadering van problemen. Het zelfhulpboek als symptoom van een samenleving waarin we als mensen meer en meer alleen op onszelf gericht zijn.

Aan dat artikel moest ik vanochtend denken toen ik luisterde naar de preek in mijn kerk. De vraag die centraal stond was: wat heeft geloof uiteindelijk tot doel? Is het gericht op geestelijke zelfbevrediging, op zondag halen we ons shot God, óf inspireert geloof ons tot een echte verbinding met de ander. Ik geloof dat de Amerikaanse predikant Andy Stanley gelijk had toen hij zei: ‘The value of a live is always measured by how much of it is given away’. Het zijn de mensen die iets delen van hun rijkdom, kennis en wijsheid de mensen ook die zich opofferen die we ons blijvend herinneren. Het zijn hun verhalen die we elkaar vertellen om onszelf of de ander te troosten en te inspireren. Uit het interview met Brinkmann:

‘Betekenis vinden we juist buiten onszelf: in onze relaties met anderen en de gemeenschap waartoe we behoren. Mijn tegengif bestaat uit de suggestie dat het wellicht meer zin geeft om eens te reflecteren op de vraag hoe je een goed en fatsoenlijk mens kunt worden, toegewijd aan het welzijn van anderen en de wereld om je heen, dan om je te concentreren op je eigen persoonlijke ontwikkeling en succes.’

Hoeveel meer geldt het vinden van betekenis buiten onszelf niet voor mensen die zeggen te geloven in iets hogers dan zijzelf. In een God die zichtbaar werd en wordt in de liefde tussen mensen. Ik voelde mij aangesproken door zowel de preek als het artikel. Op zoek naar een shot God op zondag, teveel gericht op mijn persoonlijke ontwikkeling en succes. Te weinig reflectie op de vraag hoe ik een goed en fatsoenlijk mens kan zijn, toegewijd aan het welzijn van anderen en de wereld om mij heen.

Morgen weer een dag!

Dag 18: ‘Over denken over de 20ste eeuw’

Tony Judt was een fascinerende denker en intellectueel. Hij was historicus gespecialiseerd in de geschiedenis van Europa in de 20ste eeuw. Nadat in 2008 ALS bij hem werd geconstateerd, schreef hij in de 2 jaar die hij nog leefde, 3 boeken. Twee daarvan, namelijk: ‘het land is moe’ en ‘denken over de twintigste eeuw’ las ik. Die laatste afgelopen vakantie.

Jarenlang schreef Judt voor ‘The New York review of books’ besprekingen van de meest uiteenlopende boeken. Na zijn dood schreef zijn vrouw Jennifer Homans een ontroerende bespreking van ‘denken over de twintigste eeuw’. Los van de inhoud van het boek, staat ze ook stil bij de context van hoe het boek tot stand kwam. De bespreking heet: ‘Tony Judt: a final victory’. Een aanrader.

Nu voor wat betreft de inhoud. Behalve een boek met geobjectiveerde geschiedenis, is ‘denken over de twintigste eeuw’ ook een boek vol persoonlijke herinneringen. Het vertelt naast het verhaal de vorige eeuw ook het verhaal van Tony Judt. Een Engels / Joods jongetje wiens ouders de shoah overleefde en die via de beste opleidingsinstituten van de wereld uiteindelijk in Amerika belande. Een ex-zionist en iemand die daarmee zoals zijn vrouw zegt, begreep hoe mensen in de ban konden raken van een idee (een terugkomend fenomeen in de twintigste eeuw). Een man van kennis en ideeën. Kritisch op Israel als staat, maar wel comfortabel met zijn Joodse roots. Een sociaal democraat die geloofde in een grotere rol voor de overheid en het verkleinen van de rol en positie van bedrijven en dit uitstekend kon onderbouwen. Iemand die tot aan zijn dood bleef geloven in de kracht van idealen.

De belezenheid van Judt en co-auteur, vriend en medehistoricus Snyder spat van vrijwel elke pagina. Hun kennis van geschiedenis (als vak, het jodendom, de ontwikkeling van het socialisme, geschiedenis van midden Europa etc.) en het gemak waarmee ze die kennis gebruiken om het hier en nu te duiden, zou voor iedereen die het leest reden moeten zijn nooit te te twijfelen aan het nut van geschiedenisonderwijs. Tegelijkertijd is het soms beangstigend en bijna elitair. Het kringetje van mensen die meekunnen op dat niveau is wel erg klein.

Judt was een intellectueel puur sang. Die het leven gebruikte om zichzelf te scherpen. Altijd hongerig naar kennis en geen genoegen nemend met de makkelijke antwoorden.

Wat een rijkdom. Gelukkig hebben we de boeken nog.

Dag 17: ‘Over laatste dag Texel, Doutzen, Aleppo en Disneyland.’

Zoals wel vaker werd ik vanochtend, tijdens mijn rondje sociale media, wakker met Doutzen Kroes. Ze had gehuild terwijl ze naar de foto van het jongetje uit Aleppo keek die een Russische luchtaanval had overleefd. De foto is door een Syrische dokter de wereld in gestuurd als een reminder van wat er zich dagelijks afspeelt op 3.052,61 kilometer van mijn huis vandaan.

Ik hoefde niet te huilen, in tegenstelling tot het verdronken jongetje op het strand kwam deze foto minder hard binnen. Toch is het goed dat Doutzen huilde en niet langer weg kon kijken, hopelijk denken Assat, Merkel, Erdogan en Poetin hier hetzelfde over. Volgens de Verenigde Naties zijn er inmiddels 400.000 doden gevallen in wat de Syrische burgeroorlog wordt genoemd. In alle eerlijkheid verschilt het aantal slachtoffers afhankelijk van wie je het vraagt. Het aantal dode Syriërs ligt volgens officiële cijfers ergens tussen de 150.000 en bijna 500.000. Overigens was Putins Rusland er als de kippen bij om naar buiten te brengen dat dit jongetje niet gewond raakte door een Russisch bombardement. Alsof de belangrijkste vraag die boven de markt hangt van wie deze specifieke bom was. Het zal mij werkelijk worst wezen.

Even terug naar Doutzen. Ze gaf aan zich hulpeloos en verdrietig te voelen terwijl ze om zich heen ziet dat medemensen worden gedood. Terecht trekt ze deze ellende in een breder perspectief. #jesuisdoutzen Ik denk dat er weinig mensen zijn die daar niet hetzelfde over denken. Als het gaat over Syrië of Aleppo dan hoor je steeds het woordje ‘complex’. En dat is het vast ook. Aan de andere kant is het ook simpel. Er gaan dagelijks mensen dood. Gewone mensen zoals jij en ik die er niet om vragen dat complexe politiek wordt uitgevochten over hun hoofden. Deze ‘gelukzoekers’ krijgen bommen op hun huis gedropt, of worden neergeschoten op straat. Hebben ze dit allemaal overleefd dan klimmen ze wanhopig in kleine bootjes. Als ze pech hebben verdrinken ze op de Middellandse Zee. Hebben ze mazzel dan komen ze terecht op een continent waar nog maar heel weinig mensen ervan overtuigd zijn dat ze dit gaan ‘schaffen’.

Ik kan niets veranderen aan wereldpolitiek. Het minste wat ik echter wel kan doen is hetzelfde als Doutzen. Namelijk af en toe stilstaan bij het feit dat ik leef in Disneyland. Het is de werkelijkheid, maar wel een beperkt deel. Met die gedachte gaat mijn laatste vakantiedag op Texel van start.

Dag 16: ‘Over nieuwe Youtube helden’

De jeugdherinneringen van Joyce en mij lopen nogal uiteen als het gaat om televisie. Joyce was een RTL4 en kabelmeisje. Bij ons thuis ging het niet verder dan een zwart-wit televisie met Nederland 1,2 en 3. Ik heb dan ook goede herinneringen aan de Tros Nieuwsshow terwijl Joyce datzelfde gevoel heeft bij de Playback-show. Mijn kids hebben al niets meer met televisie. Voor hen is het vooral Netflix dat de klok slaat.
Televisie zelf en ook mijn televisieconsumptie is sinds een jaar of twee veranderd. Behalve de streamingservices zoals Netflix, HBO Go en uitzendinggemist.nl volg ik sinds een maand of vier ook een aantal Youtube-vloggers. Het begon voor mij allemaal met Arjan Lubach. Hij is inmiddels gestopt dagelijks te uploaden, maar ik ben niet gestopt met kijken. Youtube-vloggers zijn de nieuwe helden met wereldwijd een miljoenenpubliek. De engelstalige vloggers die  ik volg zijn Roman Atwood (8,5 miljoen volgers), Casey Neistat (4 miljoen volgers) en Yousef Saleh Erakat (3,5 miljoen volgers). Alle drie uploaded ze vrijwel dagelijks nieuwe content waarbij ze hun vooral jongere volgers inspireren en uitdagen positief te zijn/blijven en iets van het leven te maken. Ondertussen vliegen ze de wereld over om kennis te delen (Neistat) of om in het geval van Erakat en Atwood elke avond voor een uitzinnige menigte in het theater te staan met hun eigen tour.
Ik sprak niet zo heel lang geleden met een collega die kinderen heeft in de leeftijdscategorie boven Sam en Anne-Roos. Voor deze groep zijn de Nederlandse vloggers hun nieuwe helden. Iemand als de Nederlandse vlogger Enzo Knol heeft inmiddels al bijna 1,5 miljoen volgers. Overal waar hij komt wordt hij belaagd door een groep enthousiaste kinderen. Ik zelf kijk met plezier naar de blogs van Roderick Vönhögen, een Amersfoortse priester, filmliefhebber en nerd. Internationaal is mijn absolute held Casey Neistat. Visueel maakt hij geweldige vlogs en omdat hij ze benaderd als op zichzelf staande films denkt hij altijd goed na over de boodschap die hij te vertellen heeft
Er zijn vloggers voor foodies, games en pranks (grappen). Er is dus nog een wereld te ontdekken!
Kijk voor een overzicht van mijn abonnementen op mijn youtube-kanaal.

Dag 15: ‘Over waarom ik van mijn werk houd’

Ze probeert eerst het raampje naar beneden te draaien en als dat niet lukt doet ze de deur open. Het lijkt alsof ze hem bedankt en alsof hij reageert met: ‘is niet nodig dat hoort bij mijn werk.’ Hij kwam een half uur geleden met rubberen handschoenen al aan uit de politieauto stuiven. Samen met de kinderen zaten wij op terrasje er tegenover een pizza te eten. Na de eerste politieauto volgde nog een tweede, twee ambulances en een politiemotor. Twintig minuten later werd een oudere man op een brancard het restaurant uitgereden, niet lang daarna kwam ook zijn vrouw naar buiten. Ze werd ondersteund door een verpleegkundige.
Ik kom in de communicatie en de marketing regelmatig in contact met mensen met de geweldigste functienamen. Ze geven extra cachet aan een functie. Managers of coördinatoren die alleen zichzelf managen, mensen die advies geven en meteen consultant zijn. Ik werk inmiddels twaalf jaar voor een politievakbond. Vóór mensen die als je er wat extra cachet aan zou willen geven ook ‘redders van mensen’ kunnen worden genoemd. Ik verbaas mij wel eens over de wereld waarin we leven. Waarin mensen met vage functies met mooie functienamen zoveel meer verdienen als de mensen die echt iets betekenen voor onze samenleving. Waarin de discussie (te) vaak gaat over geldverspillende ambtenaren, boetes en de slechte zorg voor oma, maar we ondertussen ook fors bezuinigen op voorzieningen die we allemaal van tijd tot tijd nodig hebben. Want we zijn toch zeker gekke henkie niet en weigeren te betalen voor de ander.
Ik heb in de afgelopen twaalf jaar een zwak gekregen voor mensen die de publieke zaak dienen. Of ze nu vuur bestrijden, onze kinderen opleiden en (mede) opvoeden, ons verzorgen als we ziek of oud worden óf waken over onze veiligheid. Ze zijn me dierbaar geworden. Het zijn geen mensen die gaan voor het hoogste salaris. De meeste weten heel goed dat als ze dat willen ze ergens anders hadden moeten gaan werken. De meesten zijn ooit aan hun werk begonnen omdat ze iets voor de samenleving wilde betekenen. Het zijn die mensen die met hun werk samenleven mogelijk maken. We vergeten ze makkelijk totdat ons dat overkomt waarvan wij altijd dachten dat het alleen de ander zou gebeuren óf het ons kind is dat naar school gaat.
En als ik zoals vanmiddag ambulances en politieauto’s voor het restaurant zie stoppen en mannen en vrouwen iemand met een hartaanval zie behandelen dan ben ik er trots op dat ik op mijn eigen en bescheiden manier kan bijdragen aan de publieke zaak.

Dag 13: Over liefde is samen Star Wars kijken’

We waren 23 (al 12 jaar geleden!) toen we verkering kregen, maar ik ken haar al vier jaar langer. Nou ja in hoeverre ken je elkaar echt als je naast elkaar in de college-banken zit. Nadat ons Zweedse avontuur van 5 maanden studie in Jönköping erop zat, gingen we als stel terug naar Nederland. De eerste maanden, zelf wel jaren daarna waren vrij chaotisch. Zij woonde in Arnhem en ik in Amersfoort en na ons afstuderen gingen we allebei aan het werk. Zij in Ede en ik in Leusden. We zagen elkaar in het weekend en ’s avonds belden we om elkaar bij te praten over wat we die dag hadden meegemaakt. Vaak kwam het neer op dat zij vertelde en ik luisterde. Mijn broertje en ik deelden in die tijd een etage in een studentenwoning. Als hij binnen kwam lopen en mij op bed, met gesloten ogen en de telefoon tegen mijn gezicht aangedrukt steeds de woorden ‘Ja schat’ hoorde herhalen dan wist hij hoe laat het was. Jasper had Joyce aan de lijn.
Wat ik al zei ons leven was in die tijd chaotisch en dat had niet alleen te maken met de afstand Arnhem, Amersfoort. Vooral mijn ambities waren in de dagen tomeloos en dat betekende veel reizen. Voor feestjes, verjaardagen en andere gekkigheid gingen samen we het hele land door.
Haar huisje was haar en soms ons rustpunt. Hoe gek ons leven ook was, eens in de zoveel tijd trokken we ons terug in het tweekamerappartement aan de Hommelseweg in Arnhem. Binnen de kortste keren stond het er blauw van de rook, stond er iets lekkers op tafel en ging de film aan. Op één zo’n moment, met een sweatpans aan, niets op te houden, zal ik voor het eerst bedacht hebben dat ik met haar wilde trouwen. Ik ken niemand met wie ik zo graag in dezelfde ruimte ben zonder een woord te spreken.
Je hebt twee soorten van relaxen. De eerste is het soort dat komt na een warme zomerdag. Je voelt de zon nog nabranden op je huid. Ruikt het chloor van het zwembad en je mijmert nog eens na over een dag vol mooie herinneringen. De tweede is het soort dat komt na een dag hard werken op kantoor. Een dag waarin veel van je energie opgegaan is aan mensen of projecten. De kinderen liggen op bed, je kijkt elkaar aan en geen van beiden heeft zin de afstandbediening van de televisie af te pakken. Zo’n dag. Vanavond hadden we het relaxen van het eerste soort. Sinds vandaag staan de eerste zes Star Wars-films online bij streamingdienst Netflix. Het was weer even alsof we 23 waren (zonder de sigaretten). Liefde is daarom samen Star Wars kijken.