Over Ray Donovan – “It’s fucking great to be a Donovan” –

Ik weet niet of het komt omdat ik er extra gespitst op ben, maar regelmatig zie ik op Facebook een oproep voorbijkomen in de trant van: “Help! Ik ben ziek. Wie heeft er een lijstje met series die ik de komende dagen kan kijken?”. Als echte liefhebber kan ik het uiteraard niet laten te reageren. In vrijwel al mijn lijstjes met aanbevelingen staat ergens bovenaan Ray Donovan. In deze Amerikaanse crime- en dramaserie staat het leven centraal van de familie Donovan en dan in het bijzonder van de oudste zoon Ray (Liev Schreiber) en zijn gezin. In 2013 werd het eerste seizoen uitgezonden op Showtime. Inmiddels is de serie te zien op HBO. Daar doet hij wat mij betreft niet onder voor een aantal van de andere hitseries die te zien zijn op het kanaal van deze serie-gigant.

Sommige van mijn zieke Facebook-vrienden stellen na de vraag welke serie ze moeten kijken de vraag: “waarom dan?”. Voor Ray Donovan geldt dat de serie op een of andere manier een bepaalde aantrekkingskracht op mij heeft. De blanke jongen uit de witte middenklasse die tot nu toe een bevoorrecht leven heeft geleefd. Als ik kijk naar Ray Donovan dan bedenk ik mij regelmatig dat geen mens meer nodig heeft dan een gestoorde familie om uiteindelijk compleet miserabel en berooid te eindigen. Bij de serie is het alsof je vrijwel elke aflevering naar een strijdt op leven en dood aan het kijken bent. Is het niet Ray zelf dan wel zijn familie, vrienden of cliënten. In het vierde seizoen is dat gevecht om te overleven misschien nog wel extremer dan in de drie voorgaande seizoenen. Ik zou er doodmoe van worden. Vechten met boksers, maffiosi, je eigen vader, ziekte, depressie en meer.

In een serie waarin er regelmatig gekke mensen en verhalen opduiken is het tijdens elk seizoen weer de vraag of de serie de juiste balans weet te houden tussen de kijker uitdagen en fascineren, maar tegelijkertijd ook geloofwaardig blijven. Die geloofwaardigheid zit niet alleen maar in de vraag of je na de tiende keer nog steeds gelooft dat iemand zichzelf of de ander met kunst- en vliegwerk uit de handen van de slechterik weet te redden. Misschien nog wel belangrijker is een geloofwaardige ontwikkeling van het karakter van de hoofdpersoon. Hoe vaak kan iemand zich schofterig gedragen zonder dat je als kijker het gevoel krijgt te kijken naar een onsympathieke schoft? Ray Donovan was altijd al een serie die op het randje balanceerde, waarin de hoofdpersonen grijs én moreel flexibel zijn. De familie Donovan was en is altijd even gestoord. Of het nu gaat om zijn broer Bunchie die dit seizoen vader wordt, zijn vrouw die meer dan ooit betrokken wordt bij het soms duistere werk van Ray of zijn zoon die worstelt met hoe hij zich tot zijn vader moet verhouden. Vooral Mickey, de vader van Ray (Jon Voight), is ook in seizoen 4 weer compleet het spoor bijster. Toch overheerst er na het kijken van het vierde seizoen sympathie. Zoals een van de broers van Ray het zegt in de laatste aflevering: “It’s fucking great to be a Donovan”.

Over Elon Musk – Hoe de topman van SpaceX en Tesla onze toekomst vormgeeft –

Niet zo lang geleden, ik weet niet meer precies waar, las of hoorde ik dat het verschil tussen de leiders uit zeg eens 1950 en 2016 is dat het in de jaren vijftig van de vorige eeuw vooral de ingenieurs waren die leiding gaven aan de grote bedrijven van hun tijd. Langzaam maar zeker zijn het de economen en managers geworden die als CEO leidinggeven aan de grote bedrijven van deze wereld. Elon Musk is als topman van SpaceX, Tesla en SolarCity een CEO van de oude stempel. Hij is behalve ingenieur overigens ook fysicus.

In zijn boek over Elon Musk vertelt journalist en schrijver Ashlee Vance het verhaal van hoe een Zuid-Afrikaans jongetje zich ontwikkelde tot een gevestigde naam in Silicone Valley. Niet alleen hoe zijn bedrijven zich in de loop van de jaren ontwikkelde, maar laat hij ons als lezers ook kennismaken met de persoon Elen Musk. Een extreem intelligente man op een missie. Het creëren van een kolonie op Mars. Om zo de risico’s te spreiden en een eventueel uitsterven van het menselijk ras te voorkomen. Musk zijn doel is in tegenstelling tot andere CEO’s niet zozeer om bedrijven op te bouwen en zo (invloed)rijk te worden. Musk heeft volgens de auteur een droom voor de wereld die hij probeert te bereiken via ruimtevaart (SpaceX), elektrische auto’s (Tesla) en zonnepanelen (SolarCity). In een wereld waar Facebook en Twitter voor miljarden naar de beurs gingen, zijn fysieke producten een tijdlang een stuk minder gewaardeerd. De fysicus en ingenieur Musk laat zien dat het ook anders kan.

Naast zijn werk richt Vance zich zoals gezegd ook op de persoon Musk. Het boek geeft een genuanceerd beeld van Elon Musk. The good, the bad and the ugly. In een van de laatste hoofdstukken wordt stilgestaan bij de vraag of Musk niet leidt aan Asperger of een andere vorm van autisme. Vance zelf is ervan overtuigd dat Musk niet zozeer ziek is als wel iemand is die vanuit hyperintelligentie een beeld voor zich ziet van de toekomst waar hij stap voor stap naar toe werkt. Mensen die niet meekunnen laat hij achter. Musk als iemand die constant het gevoel heeft op zijn hielen te worden gezeten door de alsmaar voortschrijdende tijd. Iemand ook met het ultieme ‘Jezus-complex’ die er zijn missie van heeft gemaakt de wereld te redden.

Als lezer (en in mijn geval luisteraar) kun je niet anders dan vol ontzag kijken naar iemand et zoveel visie en het karakter om vanuit niets zijn droom te (laten) vormen door de slimste mensen van onze tijd. Het is toch geweldig dat er mensen zijn die erin slagen om mensen in beweging te krijgen en hun zover te krijgen dat ze hun volle potentieel inzetten voor een droom. Als die droom ook nog eens verder rijkt dan advertenties verkopen en geld verdienen, dan heb je bij mij al meer dan één streepje voor.

Voor wat betreft het boek? Een aanrader voor iedereen die zich wil verwonderen en laten inspireren door een man met een missie.

Dag 24: ‘Over blijven leren en schrijven’

Het is inmiddels dag 24 van mijn vakantie en daarmee ook bijna de laatste. Om nog even te genieten van mijn vrijheid zat ik daarom vanochtend om 11.00 uur als enige in de bioscoopzaal.

Soms krijg ik de plotselinge behoefte om te lopen. Ook vandaag heb ik daarom de 5+ kilometer naar huis gewandeld. Ondertussen luisterde ik naar een interview met journalist en schrijver Hans Nijenhuis. Sinds een paar weken hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad.

Een interview dat midden in de nacht wordt opgenomen heeft altijd iets intiems. Niet alleen omdat er bij een interview van een uur zonder een voorop gesteld thema ruimte is om te verdwalen in wat op dat moment ter tafel komt. Ook omdat het hijgerige van de actualiteit mijlenver weg lijkt, zo midden in de nacht. Podcasts maken het mogelijk om even die sfeer in te stappen. Terwijl het in werkelijkheid 13.30 uur is en je langs een drukke weg wandelt.

Nijenhuis vertelde onder anderen hoe hij van een AD-jongen uiteindelijk bij het elitaire NRC terecht kwam. Op een of andere manier herken ik mijzelf in sommige opzichten in zijn verhaal. Hoe hij vroeger gedichten schreef om aan de meisjes van zijn klas duidelijk te maken wat voelde (check). Schrijven zijn liefde is, maar hij ergens anders beter in is dus dat maar doet (check). Over hoe hij altijd meer wil leren (check). Hoe hij in de loop van zijn leven mensen tegenkwam die hem kennis lieten maken met nieuwe invalshoeken en hem de liefde bijbrachten voor muziek en boeken (check).

Op jonge leeftijd sprak Nijenhuis met een journaliste. Hij vroeg haar wat hoe moest doen om uiteindelijk haar baan te krijgen. Het antwoord (vrij vertaalt) was: ga studeren zodat je kennis hebt, maar blijf vooral schrijven. Ik denk dat dit een aardige samenvatting is van wat ik van plan ben ook na de vakantie te blijven doen. Leren en schrijven. Niet omdat het moet, maar omdat het zo goed voelt. Omdat het zo dicht bij mijn hart ligt en zo’n belangrijk onderdeel is van wie ik ben als mens.

Dag 23: ‘Over Noam Chomsky’

Ik weet nog goed wanneer ik voor het eerst over hem las. Het was volgens mij een artikel in Vrij Nederland van maart 2016. Vlak daarna zag ik zijn naam voorbij komen op Netflix. Alleen al om hem keek ik de (bleek toen) geweldige documentaire ‘Requiem for the American dream’. Over het verdwijnen van de middenklasse in de Amerikaanse samenleving. Hij (Noam Chomsky) is inmiddels 87 en in het voorwoord van het boek ‘de essentiële Chomsky’ wat ik vanmorgen bij de bibliotheek leende, las ik dat hij van alle levende auteurs de meest geciteerde is.

Chomsky heb ik leren kennen via zijn werk als politiek activist, maar behalve dat is hij ook ongeëvenaard in zijn vakgebied (schijnt). Hij is taalkundige en filosoof.

Gedurende zijn hele carrière heeft de geboren Amerikaan Chomsky zich behalve over zijn vakgebied ook uitgesproken over politiek. Hij wordt daarom ook wel omschreven als politiek activist. Hijzelf omschrijft zich als een anarchist. Niet alleen heeft hij essays geschreven als ‘Het ware gelaat van Uncle Sam’. Wat niet meer en niets minder is dan een aanklacht tegen het buitenlandbeleid van Amerika na de Tweede Wereldoorlog. Ook heeft hij onder andere in de documentaire die ik niet aanhaalde, hard uitgehaald naar de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk. Hij is per definitie iemand die in makkelijke woorden uitlegt wat de consequenties zijn van complex, politiek beleid. Hij was en is een luis in de pels en kritisch denker die zich niet om de tuin laat leiden door mooie verhalen. Net als Tony Judt een intellectueel puur sang.

Op zijn 87ste laat hij in het actuele debat nog regelmatig zijn stem horen. Of het nu gaat over de gevaren van Donald Trump als Amerikaanse president, of over het Drone programma van president Obama. Geschiedenis wordt niet alleen geschreven door de overwinnaars, maar ‘de waarheid’ is ook niet altijd te lezen in de krant. Chomsky is zo’n man die je kunt volgen om de wereld om je heen echt beter te begrijpen.

Dag 22: ‘Over voor wie ik heb liefgehad’

Al bijna drie jaar houd ik (bijna) dagelijks een dagboek bij. Een foto van de dag en een korte tekst. Wat mij opvalt is dat ik zo weinig onthoud. In mijn hoofd is het vrijwel onmogelijk terug te gaan naar een specifieke dag en daar een specifieke herinnering aan te koppelen. Behalve natuurlijk als de impact erg groot is. Ik kan mij met gemak voor de geest halen hoe 23 maart 2007 (trouwdag), 31 december 2008 (geboorte Anne-Roos) en 4 mei 2012 (geboorte Sam) op hoofdlijnen verliepen. Maar ’normale’ dagen vormen langzaam maar zeker blokken. Het jaar dat ik trouwde, met werken begon, ik Joyce leerde kennen, maar ook de jaren dat ik studeerde en actueler de jaren dat de kinderen klein waren. 

Het boek ‘voor wie ik heb lief gehad’ is een boek over herinneringen, zo staat op de voorkant. Louise Veldman is 90 en zit op de gesloten inrichting van een verzorgingstehuis. Op een dag ontvangt ze een mysterieus pakketje met daarin haar dagboeken. Aan de hand van haar eigen ‘herinneringen’ aan oorlog, liefde en moederschap beleeft Louise opnieuw waar ze al die jaren voor is weggelopen.

Op een of andere manier liet het verhaal van Louise mij gisteren en vannacht niet meer los. Ik heb het boek van Marcel Vaarmeijer (1963) in een ruk uitgelezen. Het is niet het eerste boek waarin de auteur ons meeneemt in de belevingswereld van iemand die ouder is. Toch heb ik niet eerder een boek gelezen waarin de hoofdpersoon van 90 zo sterk en tegelijkertijd zo kwetsbaar is. Ik heb hard gelachen om sommige scènes, maar voelde ook mee met Louise haar pijn en verdriet. Je krijgt een beeld van Louise als jong meisje tot aan Louise als oude vrouw. Vaarmeijer heeft een consistent personage gecreëerd. Ook bijfiguren als zoon, verpleger en vertrouwenspersoon en de oudjes op haar afdeling zijn van toegevoegde waarde. De verhaallijn was interessant en heden en verleden liepen op een natuurlijke manier in elkaar over. Als ik dan toch een minpuntje moet noemen. Er zaten een aantal mindere dialogen in het boek, momenten waarin de schrijver (prominent) aan het woord was, omdat ik ze minder kon rijmen met de hoofdpersoon. 

Voor wie ik heb liefgehad is al met al een heerlijk boek en een aanmoediging om ook de komende jaren een dagboek bij te houden.

Dag 20: ‘Over handenarbeid’

Ik heb vier jaar handenarbeid gevolgd op school. Niet alleen dat ik heb er zelfs eindexamen in gedaan. Hoe wonderlijk is dat. Iemand met twee linkerhanden die eindexamen deed in handenarbeid. 

Een van de heerlijkste dingen van een vakantie is dat je toekomt aan achterstallig onderhoud. Sommige dingen, vooral de dingen die je kunt doen met je hoofd, krijgen bij mij regelmatig voorrang. Boekje lezen, nadenken waar het heen moet met de wereld en ons leventje. Dit jaar hebben we het alleen wat ander gepland. De eerste week van de vakantie van de kinderen hebben wij nog vrij om aan de slag te gaan in het huis. 2016 is ziezo het jaar dat er meer geklust en achterstallig onderhoud is doorgevoerd dan elk ander jaar. Die traditie zetten we ook deze zomervakantie voort.

Vandaag stond daarom in het teken van letterlijke handenarbeid. Om 9.15 uur begon ik met achterstallig onderhoud in onze tuin. Dat klinkt nog best ok, maar feitelijk betekende het op handen en knieën door de hele tuin om onkruid tussen de stenen te wieden. Radio1 aan en gaan met die banaan. Om 15.30 uur was ik nog niet klaar, maar er wel klaar mee. Uiteraard heb ik als herinnering een aantal blaren opgelopen. Ook voor morgen staat nog een sessie onkruid wieden gepland, gevolgd door modderhappen (ook wel genoemd schoonspuiten). Verderop in de week moet er nog geverfd worden en witzand worden gestrooid.

En vanaf volgende week mogen we weer lekker aan het werk met ons hoofd. #zinin

Dag 19: ‘Over geestelijke zelfbevrediging’

De Deense psycholoog Svend Brinkmann gaf deze week een interview aan Trouw. De kop boven het artikel was: ‘Mijd zelfhulpboeken ze maken je narcistisch’. Brinkmann schreef een boek waarin hij stelt dat hoewel de boeken soms helpen ze staan voor een beperkte, individualistische benadering van problemen. Het zelfhulpboek als symptoom van een samenleving waarin we als mensen meer en meer alleen op onszelf gericht zijn.

Aan dat artikel moest ik vanochtend denken toen ik luisterde naar de preek in mijn kerk. De vraag die centraal stond was: wat heeft geloof uiteindelijk tot doel? Is het gericht op geestelijke zelfbevrediging, op zondag halen we ons shot God, óf inspireert geloof ons tot een echte verbinding met de ander. Ik geloof dat de Amerikaanse predikant Andy Stanley gelijk had toen hij zei: ‘The value of a live is always measured by how much of it is given away’. Het zijn de mensen die iets delen van hun rijkdom, kennis en wijsheid de mensen ook die zich opofferen die we ons blijvend herinneren. Het zijn hun verhalen die we elkaar vertellen om onszelf of de ander te troosten en te inspireren. Uit het interview met Brinkmann:

‘Betekenis vinden we juist buiten onszelf: in onze relaties met anderen en de gemeenschap waartoe we behoren. Mijn tegengif bestaat uit de suggestie dat het wellicht meer zin geeft om eens te reflecteren op de vraag hoe je een goed en fatsoenlijk mens kunt worden, toegewijd aan het welzijn van anderen en de wereld om je heen, dan om je te concentreren op je eigen persoonlijke ontwikkeling en succes.’

Hoeveel meer geldt het vinden van betekenis buiten onszelf niet voor mensen die zeggen te geloven in iets hogers dan zijzelf. In een God die zichtbaar werd en wordt in de liefde tussen mensen. Ik voelde mij aangesproken door zowel de preek als het artikel. Op zoek naar een shot God op zondag, teveel gericht op mijn persoonlijke ontwikkeling en succes. Te weinig reflectie op de vraag hoe ik een goed en fatsoenlijk mens kan zijn, toegewijd aan het welzijn van anderen en de wereld om mij heen.

Morgen weer een dag!

Dag 18: ‘Over denken over de 20ste eeuw’

Tony Judt was een fascinerende denker en intellectueel. Hij was historicus gespecialiseerd in de geschiedenis van Europa in de 20ste eeuw. Nadat in 2008 ALS bij hem werd geconstateerd, schreef hij in de 2 jaar die hij nog leefde, 3 boeken. Twee daarvan, namelijk: ‘het land is moe’ en ‘denken over de twintigste eeuw’ las ik. Die laatste afgelopen vakantie.

Jarenlang schreef Judt voor ‘The New York review of books’ besprekingen van de meest uiteenlopende boeken. Na zijn dood schreef zijn vrouw Jennifer Homans een ontroerende bespreking van ‘denken over de twintigste eeuw’. Los van de inhoud van het boek, staat ze ook stil bij de context van hoe het boek tot stand kwam. De bespreking heet: ‘Tony Judt: a final victory’. Een aanrader.

Nu voor wat betreft de inhoud. Behalve een boek met geobjectiveerde geschiedenis, is ‘denken over de twintigste eeuw’ ook een boek vol persoonlijke herinneringen. Het vertelt naast het verhaal de vorige eeuw ook het verhaal van Tony Judt. Een Engels / Joods jongetje wiens ouders de shoah overleefde en die via de beste opleidingsinstituten van de wereld uiteindelijk in Amerika belande. Een ex-zionist en iemand die daarmee zoals zijn vrouw zegt, begreep hoe mensen in de ban konden raken van een idee (een terugkomend fenomeen in de twintigste eeuw). Een man van kennis en ideeën. Kritisch op Israel als staat, maar wel comfortabel met zijn Joodse roots. Een sociaal democraat die geloofde in een grotere rol voor de overheid en het verkleinen van de rol en positie van bedrijven en dit uitstekend kon onderbouwen. Iemand die tot aan zijn dood bleef geloven in de kracht van idealen.

De belezenheid van Judt en co-auteur, vriend en medehistoricus Snyder spat van vrijwel elke pagina. Hun kennis van geschiedenis (als vak, het jodendom, de ontwikkeling van het socialisme, geschiedenis van midden Europa etc.) en het gemak waarmee ze die kennis gebruiken om het hier en nu te duiden, zou voor iedereen die het leest reden moeten zijn nooit te te twijfelen aan het nut van geschiedenisonderwijs. Tegelijkertijd is het soms beangstigend en bijna elitair. Het kringetje van mensen die meekunnen op dat niveau is wel erg klein.

Judt was een intellectueel puur sang. Die het leven gebruikte om zichzelf te scherpen. Altijd hongerig naar kennis en geen genoegen nemend met de makkelijke antwoorden.

Wat een rijkdom. Gelukkig hebben we de boeken nog.

Dag 17: ‘Over laatste dag Texel, Doutzen, Aleppo en Disneyland.’

Zoals wel vaker werd ik vanochtend, tijdens mijn rondje sociale media, wakker met Doutzen Kroes. Ze had gehuild terwijl ze naar de foto van het jongetje uit Aleppo keek die een Russische luchtaanval had overleefd. De foto is door een Syrische dokter de wereld in gestuurd als een reminder van wat er zich dagelijks afspeelt op 3.052,61 kilometer van mijn huis vandaan.

Ik hoefde niet te huilen, in tegenstelling tot het verdronken jongetje op het strand kwam deze foto minder hard binnen. Toch is het goed dat Doutzen huilde en niet langer weg kon kijken, hopelijk denken Assat, Merkel, Erdogan en Poetin hier hetzelfde over. Volgens de Verenigde Naties zijn er inmiddels 400.000 doden gevallen in wat de Syrische burgeroorlog wordt genoemd. In alle eerlijkheid verschilt het aantal slachtoffers afhankelijk van wie je het vraagt. Het aantal dode Syriërs ligt volgens officiële cijfers ergens tussen de 150.000 en bijna 500.000. Overigens was Putins Rusland er als de kippen bij om naar buiten te brengen dat dit jongetje niet gewond raakte door een Russisch bombardement. Alsof de belangrijkste vraag die boven de markt hangt van wie deze specifieke bom was. Het zal mij werkelijk worst wezen.

Even terug naar Doutzen. Ze gaf aan zich hulpeloos en verdrietig te voelen terwijl ze om zich heen ziet dat medemensen worden gedood. Terecht trekt ze deze ellende in een breder perspectief. #jesuisdoutzen Ik denk dat er weinig mensen zijn die daar niet hetzelfde over denken. Als het gaat over Syrië of Aleppo dan hoor je steeds het woordje ‘complex’. En dat is het vast ook. Aan de andere kant is het ook simpel. Er gaan dagelijks mensen dood. Gewone mensen zoals jij en ik die er niet om vragen dat complexe politiek wordt uitgevochten over hun hoofden. Deze ‘gelukzoekers’ krijgen bommen op hun huis gedropt, of worden neergeschoten op straat. Hebben ze dit allemaal overleefd dan klimmen ze wanhopig in kleine bootjes. Als ze pech hebben verdrinken ze op de Middellandse Zee. Hebben ze mazzel dan komen ze terecht op een continent waar nog maar heel weinig mensen ervan overtuigd zijn dat ze dit gaan ‘schaffen’.

Ik kan niets veranderen aan wereldpolitiek. Het minste wat ik echter wel kan doen is hetzelfde als Doutzen. Namelijk af en toe stilstaan bij het feit dat ik leef in Disneyland. Het is de werkelijkheid, maar wel een beperkt deel. Met die gedachte gaat mijn laatste vakantiedag op Texel van start.

Dag 16: ‘Over nieuwe Youtube helden’

De jeugdherinneringen van Joyce en mij lopen nogal uiteen als het gaat om televisie. Joyce was een RTL4 en kabelmeisje. Bij ons thuis ging het niet verder dan een zwart-wit televisie met Nederland 1,2 en 3. Ik heb dan ook goede herinneringen aan de Tros Nieuwsshow terwijl Joyce datzelfde gevoel heeft bij de Playback-show. Mijn kids hebben al niets meer met televisie. Voor hen is het vooral Netflix dat de klok slaat.
Televisie zelf en ook mijn televisieconsumptie is sinds een jaar of twee veranderd. Behalve de streamingservices zoals Netflix, HBO Go en uitzendinggemist.nl volg ik sinds een maand of vier ook een aantal Youtube-vloggers. Het begon voor mij allemaal met Arjan Lubach. Hij is inmiddels gestopt dagelijks te uploaden, maar ik ben niet gestopt met kijken. Youtube-vloggers zijn de nieuwe helden met wereldwijd een miljoenenpubliek. De engelstalige vloggers die  ik volg zijn Roman Atwood (8,5 miljoen volgers), Casey Neistat (4 miljoen volgers) en Yousef Saleh Erakat (3,5 miljoen volgers). Alle drie uploaded ze vrijwel dagelijks nieuwe content waarbij ze hun vooral jongere volgers inspireren en uitdagen positief te zijn/blijven en iets van het leven te maken. Ondertussen vliegen ze de wereld over om kennis te delen (Neistat) of om in het geval van Erakat en Atwood elke avond voor een uitzinnige menigte in het theater te staan met hun eigen tour.
Ik sprak niet zo heel lang geleden met een collega die kinderen heeft in de leeftijdscategorie boven Sam en Anne-Roos. Voor deze groep zijn de Nederlandse vloggers hun nieuwe helden. Iemand als de Nederlandse vlogger Enzo Knol heeft inmiddels al bijna 1,5 miljoen volgers. Overal waar hij komt wordt hij belaagd door een groep enthousiaste kinderen. Ik zelf kijk met plezier naar de blogs van Roderick Vönhögen, een Amersfoortse priester, filmliefhebber en nerd. Internationaal is mijn absolute held Casey Neistat. Visueel maakt hij geweldige vlogs en omdat hij ze benaderd als op zichzelf staande films denkt hij altijd goed na over de boodschap die hij te vertellen heeft
Er zijn vloggers voor foodies, games en pranks (grappen). Er is dus nog een wereld te ontdekken!
Kijk voor een overzicht van mijn abonnementen op mijn youtube-kanaal.