365 dagen bloggen, dag 173: ‘De ondergrondse spoorweg’

Inmiddels verdiep ik mij al weer meer dan 8 uur in het leven van Cora. Hoofdrolspeelster in het boek ‘de ondergrondse spoorweg’ van de Amerikaanse schrijver Colson Whitehead. Een roman over de slavernij, waarin fictie en werkelijkheid door elkaar lopen. In het boek is de ondergrondse spoorweg, geen clandestien netwerk van mensen die slaven vanuit het zuiden naar het noorden vervoeren, maar heeft het een letterlijke betekenis. Daardoor ontstaat ruimte om het echte en tenenkrommende verhaal te vertellen: van hoe mensen tot dingen werden gemaakt en wat dit betekent in het leven van de mensen die betrokken zijn.

Nu heeft het verleden heel veel schandplekken. Bewijzen dat mensen onderling tot verschrikkelijke wreedheden in staat zijn. Dat de slavernij er één van was, begon ik mij te ooit beseffen toen ik een jaar of tien geleden de film ‘Amazing grace’ zag. Tot die tijd was ik vooral bezig met de geschiedenis om mij heen.

Wat Whitehead (tot nu toe, ik heb het boek nog niet uit) laat zien is dat systemen drijven op overtuigingen (zwarten zijn geen mensen) en heersende opvattingen en interpretaties van heilige geschriften. Wat dat betreft is er wat maar zeker nog niet alles veranderd. We kijken nu terug naar die tijd (1820) en denken wat voor een achterlijke overtuigingen hielden die mensen er op na, maar de werkelijkheid is dat er over 200 jaar van nu op dezelfde manier naar onze tijd kan worden gekeken. We hebben nog steeds systemen waarbinnen we ons leven vormgeven en mensen vinden het niet prettig als deze ter discussie worden gesteld. We verzetten ons tegen verandering.

Daarmee vertelt ‘de ondergrondse spoorweg’ niet alleen een verhaal over 200 jaar geleden, maar is het ook relevant voor het hier en nu.

Boek in het kort

Cora werkt als slaaf op een kantoen plantage in Georgia. Uiteindelijk besluit ze een poging te doen om het vrije noorden te bereiken. We volgen haar op haar vlucht via de ‘ondergrondse spoorweg’.

365 dagen bloggen, dag 172: ‘Juf daar is mijn papa!’

De meeste mensen die dit lezen hebben het vast al eens meegemaakt. De school gaat uit en samen met een hele meute aan ouders sta je wachten voordat de kinderen de school uitkomen. Op een of andere manier is het oncomfortabel zo’n groep met wachtende ouders. Vaak begint het een minuut of 10 voor dat de school uitgaat. De eerste ouder stapt het schoolplein op. Binnen 5 minuten ziet het zwart van de mensen.

Vaak kom ik pas een minuut of twee van tevoren aangewandeld en naar mate het moment waarop de school uitgaat dichterbij komt gaat dit over in rennen of ronduit scheuren. Overal staan groepjes ouders te praten, maar gelukkig zijn er meer mensen zoals ik zelf die vooral ook met hun telefoon lopen te pielen. Omdat de klas van mijn zoon als laatste van drie groepen 1/2 naar buiten komt, heb ik vaak nog even de tijd en komt mijn zoon pas een minuut of vijf na het officiële einde van de schooldag de school uit. Overigens heeft mij dit meer dan eens gered, maar dat is weer een ander onderwerp.

Vandaag besloot ik eens sociaal te doen. Een praatje gaat mij te ver, maar om mij heen kijkend viel mij op dat een schoolplein niet veel onder doet voor een vliegveld of treinstation. Het geluk in de ogen van een kleuter en laten we eerlijk zijn ook van de meeste ouders als ze elkaar na een paar uur weer zien is onbetaalbaar. Ook mijn zoon doet eraan mee door keihard over het hele schoolplein te schreeuwen: ‘Juf daar is mijn papa!’ Hij komt met een gelukzalige glimlach op mij afrennen en geeft mij een knuffel die niets onder doet voor uitgebreide rituelen na twee weken vakantie of een half jaar buitenland stage.

En ik, ik prijs mij gelukkig!

 

365 dagen bloggen, dag 171: ‘Lang leve de zomer’

In Nederland hebben we allerlei soorten van weeralarmen. Soms is het te koud, dan is er sneeuw en soms zoals de afgelopen dagen loopt het kwik hoog op. Een hittegolf is wat mij betreft één van de prettigere fenomenen als het gaat om Nederlands weer. Ik neem de hoeveelheden zweet voor lief en bedenk mij elke keer als ik in de buurt kom van zeuren, hoe erg ik heb uitgekeken naar de zomer. De zon op je huid, een gebrek aan regen, heerlijk! Het vraagt alleen af en toe wat creativiteit, zoals slapen in je woonkamer :-).

Waarom een blog over de zomer? Je wist het misschien nog niet, maar vandaag begint de astronomische zomer. Van 21 juni tot 20 september a.s. is het op het noordelijk halfrond tijd voor vakantie. Daar valt heel veel over te zeggen, maar ik zag vandaag onderstaande filmpje van Casey Neistat waar ik blij van werd. Hij heeft het zelf over een onvolwassen jongensdroom en daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in, maar toch. Het heeft die heerlijke vibe van de zomer.

365 dagen bloggen, dag 170: ‘de hondenkwestie’

Ik heb een toffe buurman die mij niet zo heel lang geleden heeft gered toen ik mijn koplampen van de auto aan had laten staan. Sinds die tijd groeten we elkaar niet alleen, maar loopt het ook nog wel eens uit op een gezellig gesprek. Hij nodigde mij uit om eens bij hen binnen te kijken. Ik wil openslaande deuren, hij heeft ze al. Zijn erg schattige hond kwam op ons af en zorgde ervoor dat het H-woord uitgebreid werd besproken.

Net als dat mijn kinderen niet mogen afspreken op het schoolplein, omdat papa daar ook niet klaar voor is, vertel ik aan iedereen die luisteren wil (en als ze niet willen dan vertel ik het toch), dat ik na twee kinderen niet moet denken aan een hond. ‘Ik heb al genoeg van mijn vrijheid ingeleverd’, zo vertrouwde ik de buurman toe.

Ik heb wel vaker van die overtuigingen en daaruit voortvloeiende domme uitspraken. Toen ik daar laatst mee werd geconfronteerd. Ik vond Valentijnsdag en moederdag commerciële gedrochten, maar ik bedacht mij later hoe jammer het is dat ik niet elk moment gebruik om aan mijn vrouw te laten zien dat ik van haar houd. Toen ik tot deze conclusie was gekomen, vroeg ik mij af wat ik verder nog aan gekke overtuigingen had. Ik moest denken aan het H-woord. Voor het eerst durfde ik aan mijzelf toe te geven, dat ik ook geen hond wil omdat ze dood gaan en ik uitermate slecht ben in afscheid nemen. Daar sloot ik het verhaal aan de buurman mee af, die heel terecht zei: ‘maar is dat niet juist het leven en kijk eens wat je ervoor terugkrijgt. Wat dat betreft is het niet heel anders als met je kinderen.’

Ik moet nog een beetje wennen aan het idee, maar heel zachtjes hoor ik op de achtergrond een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: ‘misschien toch wel fijn zo’n hond.’

365 dagen bloggen, dag 169: ‘Hokjes enzo’

Ik was een jaar of 14, 15, nou niet de leeftijdsfase waarin je erg zeker bent van jezelf. Volgens mijn moeder werd het tijd om eens te laten kijken naar mijn X-benen, dus we vertrokken richting een Apeldoorns ziekenhuis. De dokter sprak in mijn herinneringen met een oost Europees accent en kwam uit Hongarije, hij had een stevige kop en was klein en gedrongen.

Nadat hij mij had onderzocht en het tijd was voor het ‘oordeel’ hoorde ik hem iets zeggen in de trant van: ‘een echte vent heeft geen X-benen. Daar gaan we wat aan doen. We breken je benen, daarna ga je ‘even’ 1 1/2 jaar revalideren en dan komt het daarna dik in orde.’ Niet alleen werd die middag mijn mannelijkheid aangetast. Tot die tijd wist ik niet dat deze samenhingen met de stand van mijn benen, maar dat zinnetje ben ik nooit meer vergeten. Ik kan mij van die middag echter vooral het gevoel herinneren van stijgende verbazing en ongerustheid. Een WTF-moment. Mijn moeder deelde dit gevoel en dus kwam er een second opinion. Mijn benen staan nog steeds een beetje in een X-vorm, maar zoals de tweede arts voorspelde is dat tijdens mijn groeispurt behoorlijk bijgetrokken. Geen operatie nodig dus.

Aan dat doktersbezoek moest ik denken terwijl ik samen met mijn vrouw en zoon voor een panel van drie doktoren en een ontwikkeldeskundige zat. Mijn zoon is geboren met een derde duim en daardoor is een van zijn twee nog aanwezig duimen minder goed ontwikkeld. Na twee operaties had de chirurg ons doorverwezen naar een team van experts in het Wilhemina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht. Uiteindelijk lopen we deur uit met een goed bericht, maar in zijn manier van bewegen zagen de specialisten wel iets geks. Uiteindelijk blijkt dat zijn schouders zodanig zijn gevormd dat hij zich niet volledig uit kan strekken.

Ik weet dat het zich alleen in mijn hoofd afspeelt, maar in mijn gedachte zie ik de dokters verlekkert kijken naar mijn zoon. Een apart geval! Ineens hebben we het over testen, een klinisch geneticus en meer. Ik zie ondertussen een blij jongetje die naast ons zit te spelen en zich van geen kwaad bewust van in welk hokje hij wordt gestopt. Nogmaals mijn ratio weet dat deze mensen zich alleen druk maken omdat ze hem een gezond leven gunnen, dat er in Nederland vaak genoeg dokters zijn die niets doen en daarmee hun patiënten tot wanhoop drijven en dan heb ik het nog niet eens gehad over dat alleen omdat mijn zoon in Nederland is geboren hij toegang heeft tot de beste zorg in de wereld. Ratio zogezegd.

Toch besluit ik er iets van te zeggen, want het voelt anders. Ik zeg dat ik niet wil dat hij in hokje wordt geduwd, dat hij ook zo zijn weg wel vindt, net als ik heb leren leven met mijn handicap. Dat mijn reactie vast ook heel veel over mij zegt, meld ik er ook maar meteen bij. Terwijl we op weg zijn naar huis, denk ik na waar dit nu weer vandaan komt en schiet behalve mijn handicap, dat beeld van die Hongaarse dokter voor mijn geestesoog. De belangrijkste les die ik daarvan heb geleerd, is dat dokters het niet altijd bij het juiste eind hebben en dat je als ouder dus ook kritisch moet blijven op wat je over je kind te horen krijgt.

365 dagen bloggen, dag 168: ‘met papa zit het wel snor’

Ik sleep mijzelf mijn bed uit richting de eettafel beneden. Het is echt niet zo dat ik er geen zin in heb, maar het snot in mijn hoofd en de koorts zorgen ervoor dat ik wat wiebel op mijn benen sta deze vaderdag.

Vlak daarvoor stonden twee enthousiaste mensjes voor mijn bed. Na een uitgebreide knuffel kreeg ik een duidelijke opdracht. De croissantjes waren klaar dus was het tijd om op te staan. Na een minuut of 5 besluit ik dat ze helemaal gelijk hebben, geen gezeur gewoon gezellig doen. Terwijl ik aan tafel aanschuif kijken vier kinderogen mij vol verwachting aan. Een paar dagen voor vaderdag krijg ik vaak al een aanwijzing, namelijk: ‘dat ik op een specifieke plaats in huis niet meer welkom ben.’ Daarvandaan zijn de cadeaus inmiddels overgebracht naar mijn bord en dus kan de grote uitpaksessie beginnen.

Ik stel mij zo voor dat er hele websites, boeken en PABO-lessen aan gewijd zijn: ‘Hoe maak ik een creatief cadeau voor papa’s en mama’s’. Er moet toch elke keer wat nieuws bedacht worden. Of bedenk ik mij nu: heeft elke leerjaar zijn eigen cadeau, zo kun je de kinderen elk jaar iets ‘nieuws’ laten maken.

Dit jaar krijg van mijn dochter een bordje met daarop de tekst: ‘met papa zit het wel snor.’ Niet helemaal zoals ik mij nu voel, bedenk ik mij terwijl ik mij na de croissant naar boven sleep.

 

365 dagen bloggen, dag 167: ‘Wijsheid komt met de jaren’

Het journalistieke platform ‘de Correspondent’ is van vele markten thuis. Niet alleen brengen ze kwalitatieve nieuwsartikelen en verhalen die ervoor zorgen dat je als lezer los komt van de ‘hijgerigheid’ van het nieuws, ook maken ze podcasts. Een uitkomst voor mensen zoals ik die erg radio georiënteerd zijn.

Lex Bohlmeijer is als radiomaker aan het platform verbonden en interviewt gasten in de volle breedte van de maatschappij. Deze week was oud-politicus én wetenschapper Jan Terlouw te gast. In mijn jonge jaren vond ik die twee aspecten van zijn leven overigens niet zo interessant, maar was ik meer geïnteresseerd in Jan Terlouw de kinderboekenschrijver.  Van ‘Oorlogswinter’, tot ‘De koning van Katoren’ en ‘Oosterschelde windkracht 10’. Ik vond zijn boeken allemaal even geweldig.

Ter ere van zijn 85ste verjaardag en het verschijnen van (nog) twee boeken, waar haalt die man de energie vandaan, was hij dit jaar regelmatig te zien en te horen in de media. Met als voorlopige hoogtepunt zijn pleidooi bij ‘De wereld draait door’ voor samenleving waar het weer normaal is dat er een draadje uit de brievenbus hangt. Een metafoor voor een samenleving waarin we elkaar weer onderling vertrouwen.

Bij het luisteren naar het interview van Terlouw met Lex Bohlmeijer kwambij mij hetzelfde gevoel naar boven als wat ik kreeg toen ik een interview las met de vorige jaar overleden, oud premier Piet de Jong. Mannen die vanuit een gevoel verantwoordelijkheid te willen en moeten dragen, zoveel hebben bijgedragen aan ons land. Die in woorden én daden uitstralen wat Kennedy zoveel jaren geleden al zei: ‘Don’t ask what your country can do for you, ask what you can do for your country.

Terlouw laat in het interview niet alleen zien dat hij passie heeft voor de publieke zaak, maar ook voor wetenschap. Dat hij behalve een technische oplossing ook oog en oor heeft voor de filosofische en grotere vragen van het leven. Op een of andere manier zijn dat de mensen die mij het meest inspireren. De mensen die vanuit een stevige persoonlijke basis, praktisch handen en voeten weten te geven aan het leven hier en nu en daar anderen in weten te inspireren. Die daarin een voorbeeld zijn. Misschien moet je wel een bepaalde levenservaring en wijsheid voor hebben opgedaan, voordat je daar in slaagt. Zou het dan toch waar zijn dat wijsheid komt met de jaren?

Luister hier het gesprek met Terlouw na.

365 dagen bloggen, dag 166: ‘make friends’

Mark Woerde is een Nederlandse marketeer en oprichter van een reclamebureau. Ook is hij de bedenker van ‘Sweetie’ een virtueel meisje dat ingezet wordt om mannen met een meer dan gemiddelde interesse voor jonge meisjes uit de tent te lokken. Mark komt met een nieuw initiatief, namelijk: hij heeft een video gemaakt waarop de leiders van de wereldreligies mensen oproepen om verschillen te overbruggen en wereldwijd te verbroederen.

Dat alles vanuit het idee dat we meer met elkaar gemeen hebben als dat ons van elkaar scheidt. Van de Paus en de Daila Lama tot aan geestelijken uit de Islam, het Jodendom en de andere grote wereldreligies.  Veertien van de hoogste geestelijken uit de wereld hebben een persoonlijke boodschap voor jou en mij.

 

365 dagen bloggen, dag 165: #wijzijndna

Ik loop over de boulevard in Scheveningen. Het is 19.30 uur en het is een hete dag geweest. Samen met collega’s ben ik op weg naar de zuid pier. Klaar voor een feestje na een dag vol interessante sprekers en gesprekken met interessante mensen.

Ik ben vandaag met een aantal collega’s op het Jaarcongres van DNA. Een vereniging van verenigingen. Er zijn heel veel verschillende partijen die ooit hebben gekozen voor deze juridische vorm. Van rechters tot de industrie, ICT-professionals, mondhychienisten en natuurlijk politiemensen. Van werknemers tot werkgevers en belangengroepen. Al die leden hebben weinig met elkaar gemeen behalve dan dat ze zich hebben verenigd in een vereniging. Net als de rest van organisaties in Nederland stellen zij zichzelf vragen als: wat is ons bestaansrecht? Hoe zorgen we ervoor dat onze organisatie betaalbaar blijft? Hoe houden we jongeren betrokken? Etc.

Dit is het derde jaar dat ik aanwezig ben. Ik kom met evenveel nieuwe vragen als antwoorden op oude vragen terug, maar het is mooi om te merken dat je niet de enige bent. Ik herken veel in de verhalen en vraagstukken van de andere deelnemers. De oprichters van DNA lieten zich voor dit jaarcongres inspireren door Amerika. Meer nog dan in Nederland wordt werken voor een vereniging daar gezien als een beroep waar je trots op mag zijn. Een beroep ook waar je bepaalde vaardigheden voor moet hebben.

Werken voor een vereniging vraagt boven alles om het organiseren van verbinding en dit doe je allereerst door goed te luisteren. Dit betekent ook per definitie dat je een lange adem moet hebben. Het duurt even voordat je iedereen op een idee hebt verbonden. Als het echter zover is dan ligt er ook ontzettend veel kracht en een rijkdom aan ideeën binnen een groep met mensen die een gezamenlijk doel voor ogen hebben. Mooi toch!

365 dagen bloggen, dag 164: ‘Optimist met een gevoel voor realisme’

Eén collega van mij opende de vergadering met een quote van de monnik en schrijver Anselm Grun. Hij roept mensen op om een optimist te zijn met een gevoel voor realisme. Daar voel ik mij daar aangesproken. Als ik nadenk over de wereld waar wij in leven en Gruns oproep tot mij laat doordringen, moet ik denken aan de ‘grote paardenmestcrisis’.

Een journalist van de The Times (London) schreef in 1894 over de ‘Grote Paardenmestcrisis’. Vanwege het toenemende aantal paarden dat werd gebruikt om mensen en goederen te vervoeren, nam de hoeveelheid paardenpoep schrikbarende proporties aan. In London lagen er op dat moment al stapels van negen meter hoog met alleen maar paardenpoep. Volgens voorspellingen zouden de straten van London en New York onder een drie meter dikke laag paardenmest komen te liggen. Uiteindelijk loste het probleem zich ‘vanzelf’ op door het uitvinden van de auto.

Langzaam maar zeker lees je steeds meer ‘paardenpoep’ analyses. Op internet en in de krant. Over robots, cybersecurity, immigratie en milieu. Laten we optimisten worden, met een gevoel voor realisme! De problemen van onze tijd zijn groot, maar het oplossend vermogen ook. De enige oplossing is om er met elkaar de schouders onder te zetten, de toekomst ligt nog niet vast.