365 dagen bloggen, dag 115: ‘Cabe Cod’

Het is een uurtje of tien in de ochtend en het meest teleurstellende moment van deze vakantie breekt aan. We hebben ontbeten, gezwommen en we verheugen ons op een 4 uur durende walvissen- en dolfijnentocht. Joyce kijkt op haar telefoon en komt met het slechte nieuws. De tocht is afgelast in verband met het slechte weer.

Inmiddels is dit de vierde dag dat we onderweg zijn. Als mijn dochter hoort dat we die dag geen plannen meer hebben dan slaakt ze een zucht van verlichting. Het weer is ook niet geweldig en dus besluiten we om het rustig aan te doen. We bezoeken de chipsfabriek van Cape Cod. 

Aan het einde van de dag vraag ik aan Mijn zoon wat het leukste was wat hij van vandaag heeft gedaan? Dat was uiteraard het zwemmen. Ik heb het erover met mijn vrouw en we komen tot de conclusie dat het voor de kinderen niet uitmaakt waar we zijn, we kunnen net zo goed naar de Veluwe, zolang er maar een zwembad is. 

 

365 dagen bloggen, dag 114: ‘Albany naar Cape Cod’

Het dagelijks spullen inpakken is een reinigend ritueel. Elke dag begint weer op nul. Nieuwe kansen en avonturen in het verschiet. Ondanks dat bij onze auto de eerste dag al één van de banden moest worden vervangen werkt hij verder naar behoren. Dat is maar goed ook, want na de 400 kilometer van gisteren staan er vandaag ook weer de nodige kilometers gepland. We vertrekken naar Cape Cod, de Atlantische Oceaan.

Reizen betekent niet alleen onverwachtse plaatsen, maar ook onverwachtse ontmoetingen. Toen we eenmaal in Cape Cod waren, werd ik aangesproken door een oude man. Of ik wist dat de vier zonen van de eigenaar van dit restaurant als militair hadden gediend? Nee vertelde ik hem. Uiteindelijk kwam het gesprek op Nederland en het feit dat zijn vrouw in ons land was na een koude winter en er geen Tulp te vinden was. ‘Can you belief that goddamned’ Toen ik hem na een kwartier vertelde dat het nu toch echt tijd was om te gaan, vertelde hij dat iedereen dat altijd zei en hij veel teveel praatte. Op dat moment vond ik dat nog wel meevallen en stoorde ik mij vooral aan de hoeveelheid water die meekwam terwijl hij sprak, omdat zijn kunstgebit niet goed vastzat. Toen we in de auto zaten, hij op het raampje klopte en hij weer opnieuw begon maar toen tegen mijn vrouw, was ik het eens met al die andere mensen. Uiteindelijk heb ik het raampje omhoog gedaan (weinig subtiel) en zijn we met hem al zwaaiend op geen 5 cm van het raampje weggereden.

Op naar het strand. We zitten in en baai dus geen op het strand stukslaande golven, wel een wedstrijd wie vindt de mooiste schelp. De jongste wint. Ondertussen zijn we ‘on high alert’. We zijn naar dit strand doorverwezen door de veteraan waarvan we inmiddels hebben geconcludeerd dat hij niet helemaal 100% is. We verlaten het strand zonder dat we hem ‘toevallig’ tegenkomen.

Ons hotel is vergeleken met die ene ster van de afgelopen nacht schitterend. Het thema is duidelijk de oceaan. De WiFi is uitstekend, net als het zwembad. De dag sluiten zoonlief en ik af op avontuur. Op zoek naar een avondmaaltijd en drinken. Eindigen we in een Braziliaanse supermarkt. Lang leve het onbekende, lang leve de vakantie!

365 dagen bloggen, dag 113: ‘Buffalo naar Albany’

Gisteren stond in het teken van de oversteek van Canada naar Amerika en de kermis van Niagra Falls. Vandaag is een reisdag. We willen naar Cape Cod en daarom moeten we de staat New York door. De reis eindigt in Albany.

Reizen door Canada en Amerika is een avontuur op zichzelf. We rijden in een halve vrachtwagen, een Dodge met vierwielaandrijving waar mijn zoon in de hoogte 1,5 keer inpast. Ook is er de weidsheid van het landschap. Zelfs aan de oostkust waar nog relatief veel mensen wonen, vallen de afstanden tussen steden en dorpen op. Vooral als je zelf in een land woont waar bebouwde gebieden zo ongeveer in elkaar overlopen.

De kinderen hebben elke de helft van de achterbank. De auto is, net als in Nederland, opgedeeld in een mannen- en vrouwensectie. Zoon zit achter papa en dochter achter mama. Na het eerste uur is het al één grote bende. Wat dit keer oogluikend wordt toegestaan omdat ze zich allebei uitstekend gedragen.

We besluiten om het laatste stuk van de reis binnendoor te rijden. Zoon slaapt, doodop van alle indrukken van de laatste dagen. Dochter zit naast mij en heeft de grootste lol. Het is alsof we door een natuurlijke achtbaan rijden. Volgens haar wel een voor kleine(re) kinderen aangezien er geen loopings te bekennen zijn. Maar wel stijle heuvel op en ook weer af. Ze gilt het uit van plezier.

De reis eindigt in Albany, hoofdstad van de staat New York en daarmee het ambtenarencentrum van de staat. Ons hotel met één ster staat tegenover een van de grootste winkelcentra’s die ik ooit heb gezien. We zijn kortom van alle gemakken voorzien en sluiten de dag af met een maaltijd in ‘The cheescake factory’.

365 dagen bloggen, dag 112: ‘Stort neer vliegtuig, stort neer’

Het is een uur of één ’s nachts Nederlandse tijd en mijn zoon heeft er geen zin meer in. We bevinden ons ergens boven de Atlantische oceaan en we hebben nog anderhalf uur te vliegen voordat we landen op het vliegveld van Toronto, Canada.

Ik kijk achter mij en zie een klein, fanatiek en rood aangelopen hoofdje van mijn jongste spruit. Vanochtend was hij om half zeven wakker en in de tussentijd heeft hij niet geslapen. Een uur of twee geleden begon hij de vraag te stellen wanneer we er nu waren. Elke keer herhalen ik en mijn vrouw dezelfde boodschap: ‘het duurt nog wel even schatje, je kunt het beste even gaan slapen.’ Nu is de koek op én is deze boodschap niet langer meer acceptabel. Met een fanatiek hoofd blijft hij hetzelfde mantra herhalen: ‘stort neer vliegtuig, stort neer…’

Na een woedeaanval van pure ellende met als reden dat vliegtuig niet luisterde landen we om 2.00 uur ’s nachts Nederlandse tijd in Toronto. Het duurt nog 1,5 uur voordat we door de grensbewaking zijn. Na een korte busrit komen we aan in ons hotel. Terwijl we de ochtend erop aan het ontbijt zitten, evalueren we de reis.

We zijn vooral blij dat het vliegtuig niet luisterde.

 

365 dagen bloggen, dag 111: ‘Waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt’

De afgelopen dagen luisterde ik naar het luisterboek: ‘Waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt.’ van hoogleraar geschiedenis van de psychologie Douwe Draaisma.

Uiteraard probeert Draaisma een antwoord te geven op de vraag die tevens de titel van het boek is. Het boek geeft om die vraag te kunnen beantwoorden een beeld van wat het brein is en hoe het werk. Niet door alleen te focussen op wetenschap en filosofie, maar ook door levens van mensen op te voeren. Mensen die op een of andere manier een bijzonder brein hadden, die bepaalde gaven hebben of hadden of die hun levens beschreven of gefotografeerd hebben. Aan de hand van die voorbeelden komen de verschillende functies van het brein tot leven. Uit het boek blijkt wat mij betreft wat een wonderlijk en bijna persoonlijk instrument het brein is. Het is het samenspel tussen de mens met zijn biologie, voorkeuren en interesses, zijn omgeving, en het brein zelf die samen het autobiografisch geheugen vormen.

Persoonlijk vond ik het beeld van Pompei een heel mooie. De stad die ooit werd overspoeld door lava uit de Vesuvius. Het was niet de eerste keer dat het gebeurde. Elke keer werd er een nieuwe stad gebouwd over de resten van de eerdere stad. Op die manier werkt het autobiografisch geheugen ook. Onze identiteit, de verhalen die ontstaan op basis van onze herinneringen vernieuwen zich constant. Ze zijn niet onwrikbaar, maar worden telkens opnieuw opgebouwd over onze eerdere herinneringen heen.

Overigens is het antwoord op de vraag waarom de tijd sneller gaat niet heel makkelijk te beantwoorden. Er spelen drie factoren een rol. Wat wel helpt is door constant in beweging te blijven en nieuwe ervaringen te blijven opdoen. Wil je precies weten hoe het zit, lees dan vooral het boek!

Andere boeken die ik gelezen heb of waar ik mee bezig ben die zijdelings of direct aan het onderwerp raken vind je onder deze blog. Laat even een comment achter als je zelf nog tips hebt. Ik houd mij aanbevolen!

365 dagen bloggen, dag 110: ‘Niet zeiken, maar herijken’

De definitie van herijken is opnieuw bepalen van aan welke norm iets moet voldoen. Het woord kwam spontaan bij mij op toen ik dacht aan de hele discussie over papadagen in de politiek en iets zocht dat rijmde op zeiken :-).

Voor de meeste mannen en vrouwen van mijn generatie (mid dertigers) geldt denk ik hetzelfde als voor mij. Ik heb geen enkele moeite met hard werken, maar tegelijkertijd besef ik mij dat er meer is in het leven. Werk is niet meer (of minder) dan een manier om het leven te kunnen leiden wat ik graag wil en het geeft mij de mogelijkheid mij te ontwikkelen. Tegelijkertijd is er het besef dat werk nooit stopt. Om het te blijven inzetten als een gereedschap, is het belangrijk om werk te begrenzen, waar die grens ligt verschilt van persoon tot persoon. Dat is lastig, maar niet onmogelijk zo bleek de afgelopen jaren.

Het besef van wat werk betekent, geeft voldoende aanknopingspunten om te proberen bewust te leven. In mijn geval één dag in de werkweek alleen de zorg voor de kids, op het schoolplein staan om ze op te halen, samen theedrinken, vragen hoe hun dag was, ze douchen en naar bed brengen. Ik ben niet de enige, voor de helft van de jonge vaders is dat wat het vaderschap anno 2017 inhoudt. In mijn geval met horten en stoten en lang niet altijd zo idyllisch als ik het hierboven voorstel, maar toch. Al 8 jaar ben ik één dag in de week thuis én ik had het voor geen goud willen missen!

Mijn oproep aan de politiek: kappen met zeiken, herijken! Deze manier van werk en privé combineren is wat veel van mijn generatiegenoten ‘normaal’ vinden.

365 dagen bloggen, dag 109: ‘Altijd en overal online’

Ik ging laatst sinds lange tijd weer eens met openbaar vervoer, met trein en bus om precies te zijn. Digitale borden op het busstation, in de bus op het treinstation en in de trein, maar ook overal gratis wifi. Behalve op de camping, blijkbaar ook in het openbaar vervoer. Langzaam maar zeker zijn we overal en altijd online.

Nu las ik vandaag een artikel op nos.nl dat er nu ook driftig wordt nagedacht over en gewerkt aan een snelle internetverbinding in het vliegtuig. Vlieg je straks over Europa dan kun je met een 4G-verbinding contact houden met de rest van de wereld. In mijn ervaring is zo’n vliegtuig één van de laatste plekken waarin je niet verbonden bent met het internet. Het is nadat de camping die status heeft verloren nu een laatste baken van rust in een steeds verder verbonden wereld. Als je vliegt ben je nu nog even uit de lucht, maar hoe moet dat straks?

En misschien nog wel belangrijker waar stopt het? Ik sprak vandaag een collega die mij wees op het boek: ‘Busy: how to thrive in a world of too much‘. Volgens mijn collega heeft het boek hem de ogen geopend. Het is niet de veranderende wereld, maar de manier waarop je er zelf mee omgaat die leidend zou moeten zijn. Jij wordt niet geleefd door je omstandigheden, maar jij kunt kiezen er op een bepaalde manier mee om te gaan. Om het naar online zijn te vertalen. Internet is overal en we kunnen overal online. De vraag is alleen of je dat wilt, die keuze is aan jezelf. Het boek staat inmiddels op mijn lijstje.

365 dagen bloggen, dag 108: ‘mama ziek’

Mijn dochter heeft een drama-knopje en als ik die aanzet dan duurt het even voordat ik weet hoe haar weer uit die drama-modus te krijgen. Mijn vrouw is daar een stuk beter in want die heeft het geduld om even mee te huilen met de wolven in het bos. Ik niet. Ik kom er ook altijd veel te laat achter wanneer ik het drama-knopje heb ingedrukt.

Vanmiddag bijvoorbeeld. We stonden bij de buitenschoolse opvang (BSO) en ik had een geanimeerd gesprek met één van de leidsters. Tussen neus en lippen door melde ik: ‘pakken jullie je spullen, we moeten naar huis want mama is ziek.’ Ik was nog niet uitgepraat of ik zag een verschrikte uitdrukking op het gezicht van mijn dochter. Ze barste in huilen uit en begon onderwijl als een gek al haar spullen in te pakken. Ik vroeg nog heel naïef: ‘Wat is er aan de hand?’ Wat volgde was een niet begrijpende en verwilderde blik: ‘Mama is ziek!’

‘Oh dat zei ik, maar dat komt ook weer goed hoor.’ Terwijl we in de auto naar huis zaten, werd er op de achterbank druk gediscussieerd over wie er nu voor mama mocht zorgen. Zoonlief vond dat hij meer rechten had dan zijn zus, want hij had het bedacht. Wat hét dan precies was werd niet helemaal duidelijk. Uiteindelijk waren we het erover eens dat we ook best met z’n drieën voor mama konden zorgen. Die kon overigens via de telefoon van het het hele gesprek meegenieten.

Om 19.45 uur zat het erop. Samen met de kinderen gegeten en mama naar bed gebracht en daarna twee hyperactieve schatjes op bed gelegd. Volgens mijn dochter kwam het wel goed met mama. **uit** ging de drama-modus. Papa tijd!

365 dagen bloggen, dag 107: ‘Zo’n dag’

Ik weet niet of dit overal hetzelfde werkt, maar bij mijn werkgever is de maandag de gekste dag van de week. Iedereen is verplicht op kantoor en iedereen heeft aan de lopende band allerlei overleggen. Aan het einde van zo’n maandag verzucht ik regelmatig tegen een collega: ‘Het was weer zo’n dag.’

Vandaag was een maandag die voelde als een zaterdag of zondag. Hij stond in het teken de nodige bezoeken. Aan een lief en schattig pas geboren jongetje. De lunch onder het genot van goed gezelschap, een gezellige wandeling met een troep woeste kinderen die voor hun oma op zoek gingen naar wilde bloemen. Twee schattige neefjes die ons en zichzelf tijdens het eten vermaakten en niet te vergeten: pannenkoeken!

Ondanks alles wat anders was, verzuchtte ik aan het einde van de dag tegen mijn vrouw: het was weer zo’n dag! Een gezellige dag.

365 dagen bloggen, dag 106: ‘Feest van hoop’

Zo weinig als ik heb met stille zaterdag, zoveel heb ik met Pasen. Van alle Christelijke feestdagen staat deze voor mij met stip op nummer één. Het is het meest hoopvolle van alle feesten en hoewel ik een vriend die niet gelooft ooit eens hoorde zeggen dat hij die Jezus best tof vond, maar afhaakte met dat uit de dood opstaan, ook het meest toegankelijke. #bescheidenmening

Pasen is voor mij het feest van hoop, van een nieuw begin. Twee dingen die we allemaal op z’n tijd nodig hebben. Na een dagje kerk- en familiebezoek besloot ik ’s avonds naar de film te gaan. Ik parkeer mijn auto altijd een paar kilometer van de bioscoop af, op die manier kom ik aan mijn 10.000 stappen per dag (en betaal ik geen belachelijke prijzen om mijn auto te parkeren). Onderweg luisterde ik naar een podcast (preek) van mijn favoriete dominee, Andy Stanley.

Deze preek ging over atheïsme ‘Who needs God‘. Niet bedoeld om te overtuigen, wel om eens goed uit te leggen wat het inhoud om atheïst te zijn. Waar geloof je nu eigenlijk in als je in niets gelooft? Afscheid nemen van het één (een God), betekende volgens Stanley automatisch het omarmen van iets anders (er bestaat geen God). Ik val in de categorie mensen waar Stanley het in zijn preek over heeft. Dertigers die langzaam maar zeker afscheid namen van het geloof van hun jeugd en op zoek gingen en gaan naar antwoorden die zij binnen het traditionele geloof niet altijd meer vinden.

Op deze paasdag ging een deel van zijn preek over hoop. Iemand die in niets gelooft is niet per definitie hopeloos, net zo min als dat iemand die gelooft altijd hoopvol is. Toch is er, en dat herken ik zelf ook, het verlangen dat het allemaal waar blijkt te zijn.  Hoe mooi is het als er een plan blijkt te zijn en de pijn en teleurstelling van het leven leiden tot iets moois. Als we als mensen ten diepste gekend en geliefd worden door een persoonlijke God. Een God die zijn zoon liet sterven, zodat alle andere mensen mogen leven.

Die hoop en het verlangen bovenstaande weer met volle overtuiging te geloven, dat was door Andy Stanley voor mij pasen 2017.